Posts tonen met het label VVD. Alle posts tonen
Posts tonen met het label VVD. Alle posts tonen

zaterdag 9 december 2023

Een rode lijn voor de rechtsstaat

Nederland is een democratische rechtsstaat. De begrippen democratie en rechtsstaat zijn nauw verweven. Een democratie kan niet goed functioneren zonder dat er sprake is van een rechtsstaat. En omgekeerd is de democratie een wezenlijk onderdeel van wat wij als een rechtsstaat beschouwen. Maar er zit ook een zekere spanning tussen deze begrippen. Zo kun je met een democratisch tot stand gekomen besluit de rechtsstaat terzijde schuiven. Recente voorbeelden zijn Polen onder de PiS regering en Hongarije onder Orbán. En ook Hitler is in 1933 op democratische wijze aan de macht gekomen.

Wat te doen als er een partij verkozen wordt die het niet nauw neemt met de rechtsstaat en belangrijke elementen van de rechtsstaat wil aantasten? Een partijverbod gaat doorgaans te ver: dit op zich staat al op gespannen voet met de democratie en met de rechtsstaat. Dat moet je bewaren voor hooguit zeer uitzonderlijke gevallen. Belangrijker is dat de partijen die het wel van belang achten de rechtsstaat in stand te houden, deze daadwerkelijk verdedigen. Zij zouden niet moeten samenwerken met partijen die de rechtsstaat willen aantasten. Doen zij dat wel, dan dreigen zij zich op een hellend vlak te begeven. Je werkt mee aan een partij die de rechtsstaat wil ondermijnen en voor je het weet wordt die partij als regeringspartij bij de volgende verkiezingen nog sterker en kan daardoor meer eisen stellen.

De PVV heeft in zijn verkiezingsprogramma een aantal voorstellen die zonder meer de Nederlandse rechtsstaat aantasten. Zo wil de PVV islamitische scholen, korans en moskeeën verbieden. Deze voorstellen gaan lijnrecht in tegen een aantal grondrechten, die vast liggen in de Nederlandse Grondwet en in een aantal internationale verdragen.

Nu heeft Wilders gezegd dat hij deze voorstellen ‘in de ijskast’ wil zetten. Maar in de ijskast zetten is niet genoeg. Deze voorstellen die de rechtsstaat ondermijnen blijven, aldus Wilders, deel van het DNA van de partij uitmaken. Je kunt ze dus nog altijd uit de ijskast halen wanneer dat later gelegen komt. Democratische partijen die zich sterk maken voor de rechtsstaat zouden daar geen genoegen mee moeten nemen. Voorwaarde voor het in zee gaan met de PVV als coalitiepartner zou moeten zijn dat Wilders uitdrukkelijk – en blijvend – afstand neemt van de voorstellen die de grondrechten aantasten. Iedere politieke partij die dat niet als eis stelt overschrijdt daarmee een rode lijn die de rechtsstaat moet beschermen.

Omgekeerd zou de PVV zich naar de goede kant van deze rode lijn kunnen bewegen door expliciet en blijvend afstand te nemen van voorstellen die de rechtsstaat ondermijnen. Op de avond van 22 november zei Wilders dat partijen nu over hun eigen schaduw heen moesten springen om de vorming van een coalitieregering mogelijk te maken. Welnu, het is aan hem om daarin het goede voorbeeld te geven en zorg te dragen dat de PVV aan de goede kant van de rode lijn komt. Doet hij dat niet, dan is er maar één persoon in Nederland debet aan als de PVV buiten de regering blijft.


Sammy van Tuyll

www.libdem.nl

 

 

dinsdag 14 maart 2017

Afstrepen

Vanaf het moment dat LibDem besloot om vanwege het gebrek aan inhoudelijk debat niet mee te doen aan de verkiezingen, kregen wij van vele kanten de vraag om een stemadvies uit te brengen. Dat is geen makkelijke opgave: er is geen partij die een werkbare oplossing biedt voor de problemen waar Nederland nu mee te maken heeft: de tweedeling op de arbeidsmarkt, de zorg, het milieu, Europa om er maar enkele te noemen. Zelfs niet op één van deze terreinen. Sommige partijen hebben voor de zorg wel allerlei plannen, maar deze zijn vaak niet consistent en verschuiven de problemen alleen maar. Hetzelfde geldt voor een onderwerp als de arbeidsmarkt.

Er is dus geen partij waar wij uit volle overtuiging op kunnen stemmen. Het gaat er dan om de minst slechte partij te kiezen. Dat is een kwestie van afstrepen dus. Wij zullen dan ook geen eenduidig stemadvies geven, maar slechts enkele overwegingen met betrekking tot de op dit moment grootste partijen in de peilingen..

Vooraf nog twee opmerking:  over de afgelopen kabinetsperiode en over de rechtsstaat.

Het kabinet en veel media doen alsof het een geweldige prestatie zou zijn dat Rutte II de economie weer op orde heeft gebracht en dat zij de rit hebben uitgezeten. Hierbij vallen kanttekeningen te plaatsen. Ten eerste is de economie weer op gang gekomen doordat de wereldhandel aantrekt. Het kabinetsbeleid om zo onverantwoord veel te bezuinigen heeft de economie eerder schade berokkend dan goed gedaan. Zie hiervoor o.a. de analyse van de ING: Leidt snoei tot groei? Het kabinet Rutte II heeft een pro-cyclisch beleid gevoerd – hetgeen economisch onverstandig is – waardoor eerst veel wegbezuinigd is, waar nu weer in ‘geinvesteerd’ moet worden. Denk aan de verpleeghuizen. Denk aan defensie. Los van de onrust die dat voor betrokkenen heeft veroorzaakt is dit economisch inefficient. Ten tweede is het feit dat het kabinet de rit heeft uitgezeten eerder te danken aan de slechte peilingen van de coalitiepartners dan aan een duidelijke gemeenschappelijke visie en een overtuigend beleid. Geen van de coalitiepartners had, gelet op de peilingen, belang bij een breuk. Zij waren dus wel tot elkaar veroordeeld.

Het bezuinigingsbeleid van Rutte II heeft verder een aantal desastreuze maatregelen met zich gebracht. Zoals de decentralisatie van de Rijkstaken op het gebied van o.a. langdurige zorg, jeugdzorg en arbeidsmarktbeleid naar de gemeenten. Het valt te verwachten dat dit over enkele jaren weer teruggedraaid zal worden, zodat het per saldo veel onrust en ook geld zal hebben gekost. Denk ook aan de ellende met de pgb’s: nog steeds is de SVB niet in staat facturen aan zorgverleners tijdig en behoorlijk – d.w.z. het juiste bedrag -  uit te betalen.

Dan over de rechtsstaat. De Commissie ‘Rechtsstatelijkheid in verkiezingsprogramma’ van d Nederlandse Orde van Advocaten heeft een rapport uitgebracht waarbij de verkiezingsprogramma’s getoetst worden aan de gevolgen voor de rechtsstaat. Zij hebben die met een groene, oranje en rode kleur beoordeeld. Het laatste houdt in dat het betreffende verkiezingsprogramma plannen bevat die regelrecht in strijd zijn met de rechtsstaat. Van de getoetste politieke partijen heeft de PVV zes keer rood gekregen, VNL vier, de SGP en VVD ieder twee en het CDA één.

Uit het bovenstaande volgt dat het verstandig is niet op één van de coalitiepartners – VVD en PvdA – te stemmen. De kiezer kan daarmee een duidelijk signaal geven dat het kabinetsbeleid van de afgelopen jaren wordt afgekeurd. Voor de VVD geldt daarbij in het bijzonder nog de chaos die zij op het departement van Veiligheid en Justitie hebben achtergelaten – het samenvoegen van politie en justitie staat haaks op de noodzakelijke checks and balances waar wij als liberalen zo veel belang aan hechten. Bezwaar tegen de VVD zijn verder de plannen om de uitkeringen voor de bijstandsgerechtigden te verlagen en voor het invoeren van een kiesdrempel, hetgeen ten koste gaat van de democratie. Aan de PvdA kan het ineffectieve arbeidsmarktbeleid van vice-premier Asscher (Wet Werk en Zekerheid) verweten worden alsook de chaos met de pgb’s.

Over de grootste oppositiepartij – de PVV – met een verkiezingsprogramma van één A4 - hoeven wij niet veel te zeggen.

D66 zegt parmantig ‘verantwoordelijkheid te hebben genomen’, door deel te nemen aan de zgn. ‘constructieve oppositie’. Maar eigenlijk heeft D66 juist geen verantwoordelijkheid genomen doordat zij geen echte oppositie hebben gevoerd. D66 heeft daarmee het kabinetsbeleid ondersteund, hetgeen een contra-indicatie is om op D66 te stemmen. D66 heeft weliswaar in haar verkiezingsprogramma een aantal ideeën van LibDem overgenomen die de democratie in Europa versterken, in Nederland stelt zij maatregelen voor die minder gelukkig zijn. Zo wil D66 de Eerste Kamer afschaffen en een bindend correctief referendum invoeren. Dit zij weer  typisch half doordachte ‘leuke ideetjes’ van D66. Als zij tot uitvoering zouden komen, zal dat zeker ten koste van de democratie en de bestuurbaarheid van het land gaan.

Het CDA heeft zich wel als echte oppositiepartij opgesteld en daarmee haar verantwoordelijkheid als politieke partij genomen. Het CDA wil evenwel ten dele een districtenstelsel invoeren, alsmede een kiesdrempel. Beide maatregelen tasten de democratie aan.

GroenLinks heeft van de deelnemende partijen de meest ambitieuze milieuplannen. Voor een deel lijkt dat op de plannen van LibDem, nl het invoeren van een algemene heffing op de uitstoot van CO2. Alleen doet GroenLinks het niet in Europees verband, waardoor de maatregel ineffectief zal zijn. GroenLinks laat hierbij na om een Border Carbon Adjustment mechanisme in te voeren; daardoor wordt de concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven  aangetast. Verder wil GroenLinks nog een aantal extra belastingen invoeren alsook rekeningrijden. Dit zijn overbodige maatregelen.

Dit zijn een aantal overwegingen om wel of niet op een partij te stemmen. Zoals gezegd, is er geen enkele partij die consistente oplossingen biedt voor de problemen waar wij nu mee te maken hebben. Het is daarom niet makkelijk om een keus te maken, en deze is niet overtuigend. LibDem ondersteunt daarom de oproep van Bewust Zwevende Kiezer, nl. om op kandidaat nummer 20 van de gekozen lijst te stemmen. Twintig staat symbool voor twijfel. Als genoeg kiezers op een kandidaat nummer 20 stemmen, wordt daarmee kenbaar gemaakt dat de stemmen met de nodige twijfel zijn uitgebracht. Daarmee kan een signaal worden gegeven.



Sammy van Tuyll

maandag 19 mei 2014

Beter voor milieu dan GroenLinks, beter voor de economie dan de VVD


In het verkiezingsspotje van LibDem dat de afgelopen weken op TV te zien was, wordt gezegd dat het beleid dat LibDem voorstelt beter voor het milieu is dan GroenLinks en beter voor de economie dan de VVD. Veel kiezers vragen mij hoe dat kan. Daarom is het goed dat nader toe te lichten.

Luchtvervuiling houdt niet op aan de grens, daarom is het alleen zinnig om het milieubeleid – dan wel het energiebeleid – en het beperken van de uitstoot van broeikasgassen in Europees verband te voeren. Het huidig milieubeleid is niet effectief. Het bestaat uit regelgeving – zoals normen voor producten en het verbod op gloeilampen- subsidies en een ingewikkeld systeem van handel in emissierechten. Het laatste houdt in dat bedrijven – niet alle, maar in sommige bedrijfstakken – emissierechten voor CO2 toegekend krijgen. Als zij overhouden, mogen zij de resterende rechten verkopen; als zij tekort komen, moeten zij rechten bijkopen. De prijs van de emissierechten schommelt daardoor nogal en is de laatste jaren, mede als gevolg van de recessie, laag geweest, te laag om de uitstoot van broeikasgassen echt te beperken.

LibDem vindt dat de enige manier waarop je serieus de uitstoot van broeikasgassen kunt beperken, een heffing moet zijn op alle uitstoot van CO2 uit fossiele brandstoffen. Dat moet een heffing zijn die geleidelijk op een voorspelbare wijze oploopt, zodat je weet wat over tien jaar de prijs van de CO2 zal zijn. Die moet zo hoog zijn dat de uitstoot van CO2  uit fossiele brandstoffen fors beperkt wordt. Bedrijven en consumenten zullen daar op anticiperen, zodat zij zuinige producten maken en – ook belangrijk – er op een zuinige manier mee om zullen gaan. Het gebruik van duurzame energie wordt dan relatief goedkoper, zodat deze aantrekkelijker worden. Subsidies daarvoor zijn niet nodig. Windmolens draaien dan niet meer op subsidie (vaak weggegooid geld), maar alleen op wind. Voorwaarde is wel dat de opbrengsten die de overheid binnen krijgt in de vorm van lastenverlichting aan burgers en bedrijven teruggegeven wordt, zodat de koopkracht niet aangetast wordt. Europa kan zo een effectief milieubeleid voeren, ook al zouden de landen buiten Europa niet zo ver willen gaan.

Door een dergelijk beleid zullen de Europese bedrijven – en met name de energie-intensieve – ten opzichte van de niet-Europese landen duurder worden, waardoor hun concurrentiepositie verslechtert. Dat gebeurt nu ook als gevolg van de regelgeving en de handel in emissierechten, maar dat is minder zichtbaar. LibDem stelt echter voor, teneinde het concurrentienadeel op te heffen, een correctiemechanisme aan de Europese buitengrens in te voeren. Hierbij wordt op goederen die van buiten de EU komen een heffing opgelegd die gelijk is aan de heffing die dezelfde goederen in de EU zouden hebben plus de heffing op de uitstoot tijdens het transport. Voor goederen die geëxporteerd worden, wordt de CO2-heffing teruggegeven. Het Europees bedrijfsleven heeft hierdoor geen hinder van het in Europa gevoerde (strengere) milieubeleid. Volgens kenners is een dergelijke Border Tax Adjustment in overeenstemming met de regels van de WTO. (Zie ook Cambridge Working Papers in Economics CWPE 0409.)
Een dergelijk correctiemechanisme kun je niet invoeren met het huidige beleid, gebaseerd op regelgeving en handel in emissierechten. Dat is veel te onduidelijk.

Het beleid dat LibDem voorstelt is beter dan het huidige beleid. Op alle uitstoot van CO2 uit fossiele brandstof wordt immers een heffing gelegd. Er is geen willekeur meer. Ook is het niet nodig om allerlei willekeurige productnormen op te leggen. Het is immers in ieders belang – en dat van onze aarde - om te zorgen dat de uitstoot van CO2 beperkt wordt. Dat betekent dat niet alleen de producten energiezuinig zullen zijn, maar dat er daadwerkelijk een continue, generieke en voorspelbare prikkel zal zijn om de producten ook energiezuinig te gebruiken. Subsidies en belastingfaciliteiten zijn dan overbodig. Dat voorkomt ook het misbruik ervan. Een voorbeeld daarvan is het onlangs bekend geworden oneigenlijk gebruik van belastingfaciliteiten voor hybride auto’s. Er zal niet meer gelobbyd hoeven te worden om normen voor producten op een bepaald niveau vast te stellen.

Dit beleid is veel effectiever dan het huidige beleid voor de reductie van broeikasgassen. GroenLinks wil in principe het huidige beleid voortzetten, maar dan een beetje meer. Als je een streng milieubeleid wilt voeren, kan het echter beter op een generieke, marktconforme wijze, zoals LibDem voorstelt. Dat beïnvloedt immers niet alleen de producten, maar ook het gebruik ervan.

Het beleid van LibDem is ook beter voor de economie dan het huidige beleid – in hoofdlijnen gesteund door de VVD- en wel om twee redenen. Ten eerste is het generiek en marktconform, zodat je geen subsidies en betuttelende regelgeving meer nodig hebt. Ten tweede is wordt er rekening gehouden met de concurrentiepositie op de wereldmarkt. Opvallend is dat geen van de andere partijen - met uitzondering  van (deels) de SP - zich zorgen maken over de gevolgen van het Europees milieubeleid voor de concurrentiepositie van het Europees bedrijfsleven. Terwijl dat wel belangrijk is!

Het milieubeleid dat LibDem voorstelt is, kortom, beter voor het milieu dan GroenLinks en beter voor de economie dan de VVD.


donderdag 20 maart 2014

De verliezer is de kiezer



De kiezer heeft gesproken en de uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen staat vast. In de eerste plaats wil ik de winnaars van de verkiezingen feliciteren. Dat zijn in de eerste plaats de lokale partijen die bij elkaar 29,7% van de stemmen haalden, een winst van 4,9%. En dat zijn verder D66 en de SP die een winst van respectievelijk 3,8% en 2,7% behaalden.
Het opkomstpercentage viel mee en was met 53,8% slechts 0,1%-punt lager dan in 2010; het was in ieder geval hoger dan verwacht.

Wat betekent dit resultaat? De winst van de lokale partijen kan voor een belangrijk deel verklaard worden uit afkeer van de landelijke partijen. Uit onderzoek blijkt ook dat de redenen om niet te stemmen voor het grootste deel (33%) te maken hebben met wantrouwen in de politiek. Zij stemmen dus met de voeten.

De winst van veel partijen kan eveneens door afkeer van andere partijen worden verklaard. Wie in 2012 op de VVD of de PvdA stemde heeft veel redenen om zich bedrogen te voelen en stemt nu dus maar D66 of SP. Veel kiezers weten tot het laatste moment niet op wie te stemmen en de keus in het stemhokje wordt vaak meer bepaald door het afstrepen van de partijen op wie je niet wilt stemmen dan voor een positieve keus voor een beleid waar je achter staat.

Dat is niet verwonderlijk: het gevoerde beleid is vaak warrig en inconsistent en hangt van de kretologie aan elkaar. Een echt debat over belangrijke onderwerpen wordt niet gevoerd. Neem bijvoorbeeld het argument dat decentralisatie van de langdurige zorg of de Jeugdzorg tot meer ‘maatwerk’ en ‘oplossingen dicht bij huis’ zullen leiden. Wat een onzin! Alsof uitvoering door het Rijk niet kan zorgen voor maatwerk en oplossingen dicht bij huis. We hebben nu toch ook een nationale politie gekregen? De hele decentralisatie van Rijkstaken is inconsistent en slecht doordacht; veel kiezers voelen dat. Zij hebben zich daar alleen niet duidelijk over kunnen uitspreken.

Het gebrek aan discussie over belangrijke onderwerpen maakt dat de kiezers zich van de politiek afkeren. Ook bij de volgende verkiezingen zal dat weer duidelijk worden. Als grote verliezers van deze gemeenteraadsverkiezingen worden de PvdA (-4,9%) en de VVD (-3,6%) gezien. Maar eigenlijk is de grootste verliezer de kiezer.



donderdag 5 september 2013

Dit mooie land verdient beter

De H.J. Schoolezing die premier Rutte afgelopen maandag in de Rode Hoed gehouden heeft kan zeer als zeer geslaagd worden beschouwd: hij maakt in één klap duidelijk waarom er zo weinig vertrouwen is in de politiek en waarom de Nederlandse economie zo slecht presteert.

Dat begint al direct bij de opening. Rutte houdt niet van visie en zal die niet geven. Hij maakt er ook direct een karikatuur van: visie als ‘format hoe het allemaal precies moet en waar we over 25 jaar achter de komma uit moeten komen’. Als dat visie zou zijn, valt de weerzin van Rutte te begrijpen. Maar het is een misvatting. Visie is een samenhangend beeld waarin uitgangspunten en principes op hoofdlijnen voor de verschillende beleidsterreinen verder worden uitgewerkt. Visie moet in de politiek centraal staan; zij zorgt voor de samenhang tussen de beleidsterreinen. Visie zorgt er ook voor dat het beleid consistent is.

Door het ontbreken van visie is de boodschap van Rutte niet meer dan een onsamenhangende opsomming van beleidsmaatregelen. De enige ‘visie’ die er aan te grondslag ligt is dat wij aan de tekortnorm van 3% moeten voldoen. Wat er uit voortvloeit, is een aantal maatregelen die niet meer zijn dan deeloplossingen van deelproblemen. Maar die vaak zo ondoordacht zijn dat zij weer andere problemen veroorzaken.

Het ontbreken van visie is één van de belangrijkste redenen van de ontevredenheid over de politiek. Dat blijkt onder meer uit de laatste peiling van Maurice de Hond, waarin de coalitiepartijen fors zetels verliezen en bij elkaar slechts 32 zetels zouden behalen. Rutte mag zich dat aantrekken. Maar zijn H.J. Schoolezing bevestigt alleen het geringe vertrouwen dat de kiezer in hem kan stellen.

Het geringe vertrouwen van de kiezer verklaren doordat ‘er nu eenmaal impopulaire maatregelen genomen moeten worden’ is al te goedkoop. Bij hervormingen zijn er altijd kiezers die er meer door geraakt worden dan andere. Veel kiezers accepteren dat, ook degenen die er door getroffen worden, mits er maar een duidelijk verhaal achter de maatregelen zit. En die ontbreekt nu.

Het resultaat is een verzameling ad hoc maatregelen die als enig doel hebben dat zij op korte termijn geld opleveren en soms op langere termijn geld kosten. Maar al te vaak zijn dat maatregelen die ondoordacht zijn. Een belangrijke oorzaak is dat die ad hoc maatregelen afkomstig zijn van partijen zonder visie. Denk maar aan het belasten van de reiskosten. Op welke visie was dat gebaseerd? Of de inkomensafhankelijke zorgpremie. Maar denk ook aan het doorschuiven van Rijkstaken naar gemeenten. Of het ondoordacht samenvoegen van provincies. Of het halfbakken woonakkoord.

Nederland heeft dringend behoefte aan een doordachte visie op allerlei beleidsterreinen: samenleving, economie, arbeidsmarkt, ondernemingen, sociale zekerheid, woningmarkt, zorg, milieu, Europa, etc. Zonder visie zul je de woningmarkt niet vlot trekken, hoe veel garanties de overheid ook gaat geven. Zonder visie krijg je geen efficiëntere en betere zorg. Zonder visie een hap-snap beleid ten aanzien van Europa: wel Eurosceptische taal uitslaan, maar toch meer bevoegdheden overdragen.

En dan de economie. Rutte draait het riedeltje over de staatsschuld weer af. Alsof staatsschuld onder alle omstandigheden slecht is. De oplopende werkloosheid noemt hij wel even, maar er is geen begin van een analyse van de oorzaken. Laat staan een oplossing of een perspectief. Alsof Nederland niet te kampen heeft met een forse onderbesteding. Alsof er geen absurd hoog overschot op de lopende rekening is: als land verdienen wij per jaar € 53 mrd meer dan dat wij uitgeven. Onder die omstandigheden moet de overheid niet zo sterk bezuinigen. Als je dat wel doet, krijg je nog meer onderbesteding, een krimpende economie en stijgende werkloosheid. Het kabinet voert dus precies het verkeerde beleid.

Rutte gaat de discussie hierover uit de weg door de metafoor te gebruiken van een arts die bij een ernstig zieke patiënt komt en hem een medicijn toedient. ‘Die moet natuurlijk niet eerst uitgebreid de bijwerkingen gaan lezen en bestuderen, want daar is de patiënt echt niet bij gebaat.’ Het gaat echter niet om de bijwerkingen, de arts geeft domweg het verkeerde medicijn. De patiënt wordt er alleen maar zieker door. En als je dan het gevoel hebt dat de arts een kwakzalver is, dan is het wel verstandig om de bijsluiter te lezen en nog verstandiger om de medicijn te weigeren. En nog beter: een andere arts zoeken.

Er is dringend behoefte aan een ander geluid, aan perspectief. Aan een visie op de samenleving en de economie in de 21e. Met een afgestoft negentiende-eeuws liberalisme kom je er niet. LibDem heeft een modernere, sociaal-liberale visie geformuleerd en daagt andere politieke partijen uit om daar op gelijke wijze een andere visie tegenover te stellen. Maar zolang dat niet gebeurt, zal de kiezer ontevreden blijven.

Met zijn H.J. Schoolezing heeft Rutte een heel duidelijk laten zien waarom de kiezer ontevreden is en waarom de Nederlandse economie zo slecht presteert.
Dit ‘mooie land’ verdient beter




vrijdag 17 mei 2013

Vertrouwen in de politiek


Volgens de laatste peiling van Maurice de Hond zou de coalitie van VVD en PvdA nu 44 zetels halen, 35 minder dan bij de verkiezingen op 12 september 2012. Als de Tweede Kamer volgens die laatst peiling was samengesteld zou de motie van wantrouwen tegen staatssecretaris Weekers met 97 stemmen zijn aangenomen. Het steunen van een falende staatssecretaris zal het vertrouwen in de politiek niet bevorderen.

Het vertrouwen in de politiek is al jaren laag. Dat blijkt niet alleen uit het feit dat nu minder dan één derde van de kiezers steun geeft aan de regering. Dat blijkt ook uit de partijen die hun aanhang zien groeien: PVV en 50Plus; deze partijen kunnen in de eerste plaats als protestpartij worden gezien, aangezien het onwaarschijnlijk is dat de kiezers door hun visie of partijprogramma worden aangesproken.

Het duidelijkste blijkt het geringe vertrouwen uit het aantal zetels dat de traditionele middenpartijen (VVD, PvdA, D66 en CDA) nu bij verkiezingen zouden halen: 73. Zelfs Paars plus het CDA zouden nu dus niet in staat zijn om een regering te vormen die een meerderheid heeft in de Tweede Kamer.

Het geringe vertrouwen in de politiek kan niet alleen verklaard worden door het laten zitten van falende staatssecretarissen. Ook voordat Teeven en Weekers vanwege partijpolitiek opportunisme mochten blijven zitten, was het vertrouwen al tot een dieptepunt gezakt. De belangrijkste oorzaak daarvan is dat geen van de politieke partijen – wellicht met uitzondering van de SP – een duidelijke en consistente visie heeft op de samenleving en de economie in de 21e eeuw. De meeste partijprogramma’s staan bol van de ad hoc maatregelen, die soms leuk bedacht zijn, maar waar geen consistente en samenhangende visie achter zit. Het gevolg is dat de ene ad hoc maatregel bij coalitievorming wordt uitgeruild tegen de andere en dat de kiezer het gevoel heeft dat er maar wat gedaan wordt. Dat gevoel is dan terecht!

Er zijn talloze voorbeelden, zoals de inkomensafhankelijke zorgpremie en het belasten van de reiskostenvergoeding. Maar ook de in het regeerakkoord overeengekomen hervormingen van de arbeidsmarkt of de ondoordachte bezuinigingen. Er wordt vaak stoer gezegd dat je nu eenmaal als verantwoordelijke regering impopulaire maatregelen moet nemen, maar dat is niet het probleem. De meeste mensen begrijpen wel dat je soms impopulaire maatregelen moet nemen. Het grootste probleem is de inconsistentie met andere maatregelen. Hoe kun je enerzijds zeggen dat je werk moet zoeken, ook (ver) buiten je woonplaats en anderzijds de vergoeding voor het woon-werkverkeer willen belasten? Hoe kun je enerzijds een maatschappij willen waar je geacht wordt aan het arbeidsproces deel te nemen en anderzijds een groter beroep willen doen op mantelzorg?

Het belasten van het reiskostenforfait en de inkomensafhankelijke zorgpremie zijn voorbeelden waar de kiezer in opstand komt tegen de voorgenomen maatregel, die vervolgens weer (terecht) teruggedraaid worden om al te grote ontevredenheid te voorkomen. Dat lukt evenwel niet altijd. Bij het afschaffen van de reiskostenvergoeding is dat overigens alleen gelukt omdat er ondertussen verkiezingen waren uitgeschreven.

Maar het gebrek aan visie heeft ook tot gevolg dat geen beleid wordt gevoerd of noodzakelijke maatregelen niet genomen worden. Dat geldt voor bijna alle beleidsterreinen. Denk aan Europa, de arbeidsmarkt, de woningmarkt, de zorg, het milieu. Voor al deze beleidsterreinen is het essentieel een op een consistente visie gebaseerd beleid te voeren. Die visie ontbreekt, waardoor er geen of een onduidelijk beleid wordt gevoerd. Denk bijvoorbeeld aan Europa waar minister-president Rutte uitdrukkelijk zei geen behoefte te hebben aan ‘vergezichten’. Geen wonder dat er dan een beleid uit rolt waarbij langzamerhand steeds meer bevoegdheden aan een ondemocratisch Europa worden overgedragen.

Denk ook aan de woningmarkt. Minister Blok heeft in februari met een aantal oppositiepartijen een Woonakkoord gesloten. Met veel tamtam is dit aangekondigd als dé oplossing die de woningmarkt weer op gang zal helpen. Niet dus. Het woonakkoord is een samenraapsel van halve maatregelen, maar een duidelijk en noodzakelijk zicht op een evenwichtige woningmarkt ontbreekt. Het is evident dat over enige tijd weer een aantal ‘fundamentele maatregelen’ moeten worden genomen. Wie durft onder deze omstandigheden nog een huis te kopen?

LibDem vindt dat een betrouwbare politieke partij gebaseerd moet zijn op een ideologie: een consistente en samenhangende visie op samenleving en economie. Hierop kan dan het verkiezingsprogramma en het beleid gebaseerd zijn. De kiezer stemt dan niet zo zeer op het verkiezingsprogramma – dat kan na 6 maanden al weer achterhaald zijn – maar wel op de visie waarop dat gebaseerd is. Pas dan kan een politieke partij ook een betrouwbaar beleid voeren.

LibDem heeft daarom haar visie in de eerste plaats neergelegd in de uitgangspunten, die in 2008 zijn vastgesteld. Deze uitgangspunten hebben een permanente waarde, ook al kunnen zij – mocht dat nodig zijn – na verloop van tijd geactualiseerd worden. De uitgangspunten zijn verder uitgewerkt in het manifest ‘Én liberaal én sociaal’ uit 2012, waarin met name de visie op de economische ordening is uitgewerkt. Deze is toegesneden op de economie in de 21e eeuw en wijkt af van die van alle andere politieke partijen die nu in de Tweede Kamer vertegenwoordigd zijn. LibDem daagt alle andere partijen uit daar een antwoord op te geven, zo zij daar toe in staat zijn. Dat vraagt om een inhoudelijk debat.

Het ontbreken van een ideologie en van een consistente visie bij de meeste politieke partijen is de belangrijkste reden dat er weinig vertrouwen is in de politiek. Zolang dat het geval is, zal het ongenoegen over de Haagse politiek alleen maar toenemen. Het is dan wachten op de volgende protestpartij die dat ongenoegen weet te verzilveren. Maar er is een alternatief!

vrijdag 12 april 2013

Sociale dissonant


Het overleg tussen kabinet, vakbonden en werkgevers heeft tot een sociaal akkoord geleid en zoals te verwachten valt zijn de deelnemers aan dit overleg zeer voldaan over het bereikte resultaat. Maar moeten degenen die niet aan het overleg deelnamen – de overige Nederlanders dus – er tevreden mee zijn?

Het akkoord heeft zeker een aantal positieve aspecten. Als is het alleen maar omdat een aantal ondoordachte maatregelen uit het regeerakkoord niet doorgaan. Deze maatregelen waren vooral ondoordacht omdat zij hetzij niet in een bredere context waren gezet - er lag geen duidelijke visie aan ten grondslag - hetzij verkeerd getimed waren. Het is economisch onverstandig - en bovendien asociaal - om in tijden van crisis zowel het ontslagrecht te versoepelen als de werkloosheidsuitkeringen te verlagen. Ook was het onverstandig om de werknemers in de zorg op de nullijn te zetten. Hierdoor verlaag je de koopkracht - hetgeen niet goed is voor de economie - en bovendien is het onrechtvaardig.
Het wegnemen van deze ondoordachte maatregelen kan dus als positief worden gezien.

Afgezien van het schrappen van verkeerde maatregelen uit het regeerakkoord, heeft het sociaal akkoord weinig te bieden als perspectief voor de toekomst. Er spreekt in ieder geval geen duidelijke visie uit hoe de economie in de 21e eeuw moet functioneren, laat staan hoe wij uit de crisis komen. Dat viel ook niet te verwachten, gelet op het voorliggend regeerakkoord. De inzet van de onderhandelingen was niet om een goed doordacht goed pakket maatregelen te nemen om uit de crisis te komen. De insteek was voor de vakbonden en werknemers om een aantal door hen verfoeide maatregelen uit het regeerakkoord te schrappen en voor het kabinet om draagvlak te krijgen, opdat in ieder geval nog iets van het regeerakkoord overeind kon blijven. Het resultaat is navenant.

Het akkoord is dus duidelijk niet een nieuw akkoord van Wassenaar. In dat in 1982 gesloten akkoord kwamen de sociale partners en het kabinet overeen om de lonen te matigen in ruil voor arbeidstijdverkorting. Een dergelijke maatregel was toen zinvol, omdat voortdurende loonstijgingen de concurrentiepositie hadden uitgehold. En de afgesproken loonmatiging heeft effect gehad: de export steeg en de Nederlandse economie trok aan.
Het akkoord van Wassenaar was gesloten vanuit een duidelijke en consistente visie op de economie. Die ontbreekt nu en die ontbrak ook in het regeerakkoord. Hoe LibDem daar over denkt, staat in het manifest ‘Én liberaal én sociaal’, dat een visie geeft op de samenleving en de economie in de 21e eeuw.

Waar het akkoord duidelijk tekort schiet is in de behandeling van de arbeidsgehandicapten. De regering bezuinigt fors op de sociale werkplaatsen, waardoor veel arbeidsgehandicapten op straat komen te staan. Dat is niet alleen een asociaal beleid, maar is ook economisch onverstandig: het gaat om mensen voor wie het zonder steun moeilijk is aan het arbeidsproces en de samenleving deel te nemen. Om de bezuinigingen te compenseren was in het regeerakkoord opgenomen dat bedrijven met meer dan 25 werknemers een verplicht zouden worden 5% arbeidsgehandicapten in dienst te nemen. Dat is ook duidelijk een ondoordachte en zelfs asociale maatregel. Werkgevers waren daar terecht tegen en deze compenserende maatregel is daarom geschrapt. Wat er voor in de plaats is gekomen is de belofte van werkgevers om 100.000 banen voor arbeidsgehandicapten te scheppen. Dat gaat dus nooit lukken! Arbeidsgehandicapten vallen hiermee tussen wal en schip. Beter was geweest om dan ook de bezuinigingen op sociale werkplaatsen terug te draaien.

Wat het akkoord zeker niet bereiken zal is het herstellen van het consumentenvertrouwen. Wel worden – vooralsnog – een aantal onzekerheden weggenomen, zoals een kortere werkloosheidsuitkering bij ontslag. Maar daartegenover staan andere onzekerheden die de koopkracht aantasten, zoals de premie voor werknemers om de extra werkloosheidsuitkeringen te kunnen betalen. Ook dreigt het kabinet met nieuwe bezuinigingen als in het najaar blijkt dat het tekort in 2014 boven de 3%-norm komt. Je kunt nu al voorspellen dat dat het geval zal zijn. En die bezuinigingen leiden weer tot extra onzekerheid.

Helemaal bont maakt minster Dijsselbloem het: ‘Dit akkoord is een belangrijke doorbraak en nu is er duidelijkheid. Het is goed dat werknemers, werkgevers en het kabinet de krachten bundelen en ik reken erop dat de gemaakte afspraken een positieve uitwerking hebben op onze economie’. Als deze maatregelen in zijn ogen zo positief zijn, waarom heeft hij ze dan niet eerder bedacht? Hij is per slot van rekening één van de architecten van het regeerakkoord. Of geeft hij hiermee impliciet de ideeënarmoede van het regeerakkoord toe?

De deelnemers aan het overleg zullen luid verkondigen dat zij een mooi akkoord hebben gesloten. Maar de overige Nederlanders hebben weinig om tevreden over te zijn, ook al gaan een aantal slechte maatregelen niet door. Dit akkoord is niet wat wij nu nodig hebben om Nederland uit de crisis te krijgen. Daarvoor hebben wij een duidelijke visie nodig over hoe de economie dient te functioneren. Daarvoor hebben wij ook een goed sociaal beleid nodig.
Dit is in feite geen sociaal akkoord, eerder een sociale dissonant.

maandag 5 november 2012

Niet liberaal en niet sociaal


Nog voor dat het kabinet geïnstalleerd was, is het vertrouwen erin tot een dieptepunt gezakt. Volgens de peilingen van Maurice de Hond zou de coalitie nu 57 zetels in de Tweede Kamer krijgen, lang geen meerderheid dus. En dat is geen wonder: het regeerakkoord is noch liberaal noch sociaal.

Hans Spekman sprak dit weekend zijn waardering voor het regeerakkoord uit door te zeggen dat nivelleren een feest is. Daarmee zag hij twee dingen over het hoofd. Er wordt alleen genivelleerd met betrekking tot de middeninkomens, de hogere inkomens blijven buiten schot. Ernstiger is dat de inkomensplaatjes maar het halve beeld geven. Wie de pech krijgt werkloos te worden, gaat in inkomen tientallen procenten achteruit. Er dreigt een tweedeling in de samenleving te komen tussen degenen die (nog) werk hebben en degenen die werkloos zullen zijn. En dat laatste aantal zal door het kabinetsbeleid toenemen.

De cijfers van het Centraal Planbureau laten dat duidelijk zien: als gevolg van het bezuinigingsbeleid van het kabinet zal de werkloosheid toenemen. En dat is nog maar het halve beeld, want ook zzp’ers en het mkb zullen het heel moeilijk krijgen als gevolg van de terugval in bestedingen.

Met name de werkloze ouderen en jongeren zullen het heel moeilijk krijgen. Wie ouder dan 45 jaar is en werkloos wordt kan vergeten – uitzonderingen daargelaten – dat hij nog werk kan krijgen op hetzelfde niveau of tegen een vergelijkbaar salaris als zijn vorige baan. Wie starter is op de arbeidsmarkt en geen werkervaring heeft, zal de komende jaren heel moeilijk een baan krijgen. Net als in de jaren 1980 dreigt een verloren generatie. Als de economie straks weer aantrekt (in 2020 ?), zullen werkgevers de voorkeur geven aan pas afgestudeerden boven degenen met dezelfde kwalificaties die enkele jaren naar werk hebben gezocht.

Zeker onder deze omstandigheden is het drastisch versoberen van de sociale voorzieningen niet sociaal te noemen. Het is dan ook verbazingwekkend dat de PvdA hier mee akkoord is gegaan. Is de lust om te regeren groter dan de wens een sociaal beleid te voeren? Geen wonder dat de PvdA in de peilingen gezakt is tot 30 zetels.

En de VVD-achterban heeft ook terecht reden om te mopperen. Dat de PvdA een zekere nivellering wilde is tot daar aan toe. Maar het gekozen instrument daarvoor is desastreus. Niet alleen omdat het vooral ten koste van de middeninkomens gaat –de hogere inkomens gaan er op vooruit - maar vooral omdat daarmee de hele basisfilosofie van het zorgstelsel op de helling wordt gezet. Daarbij komt dat het in het geheel niet bijdraagt aan het beperken van de zorgkosten. Als je wilt nivelleren, is de inkomensbelasting daartoe het aangewezen instrument, en niet allerlei andere regelingen. Wat nu gebeurt, is het weghalen van het laatste restje marktwerking in de zorg. Bovendien wordt door allerlei maatregelen nog meer macht aan de verzekeraars gegeven. Ook hierin is het regeerakkoord niet liberaal. De VVD-kiezer is er achter gekomen dat de wil om te regeren belangrijker was dan het bereiken van een evenwichtig en doordacht resultaat. Geen wonder dus dat de VVD in de peilingen tot 27 zetels is gezakt.

Beide partijen schofferen hun achterban door een regeerakkoord te sluiten dat noch liberaal noch sociaal is. Erelid van de VVD Hans Wiegel zei dit weekend dat de VVD terug moest naar de onderhandelingstafel. Hij zei dat de PvdA wel zo verstandig zou zijn om de VVD uit de problemen te helpen. Maar ook de PvdA zou terug moeten naar de onderhandelingstafel vanwege de asociale aspecten van het regeerakkoord. Als dat gebeurt zou er wellicht nog iets te redden zijn, anders kan dit kabinet het best zo snel mogelijk verdwijnen.

vrijdag 2 november 2012

Regeren is meer dan kwartetten met standpunten


Volgens het FD van vandaag heeft informateur Wouter Bos de twee partijen ieder een kaart laten kiezen met daarop een cruciale wens. Mark Rutte koos de kaart ‘voldoende bezuinigen voor structureel begrotingsevenwicht’ en Diederik Samsom koos ‘een eerlijkere inkomensverdeling’. Ergens in het formatieproces is toen besloten dat het laatste zou betekenen dat de zorgpremie inkomensafhankelijk werd. Met forse gevolgen voor de inkomens van de middengroepen, die net zo goed hardwerkende Nederlanders zijn.

Dat de kaart die Rutte koos een verkeerde keus is, moge duidelijk zijn. In een economische recessie is het onverstandig om te bezuinigen. Dat is vorige maand nog een keer bevestigd door het IMF. Niettemin volhardt hij in zijn idée fixe dat er per se op korte termijn evenwicht op de begroting moet komen. Het gevolg is dat de werkloosheid extra stijgt en de crisis zich verdiept, zoals blijkt uit de doorrekening van het Centraal Planbureau. Onverstandig beleid dus. Veel toekomstige werklozen zullen dat merken, maar ook het mkb een zzp’ers zullen er de gevolgen van ondervinden.

Natuurlijk moet je in coalitiebesprekingen elkaar wat gunnen. En als Samsom kiest voor een eerlijkere inkomensverdeling, zijn er veel manieren om dat te bereiken. Het aangewezen instrument is de inkomensbelasting. Je kunt bijvoorbeeld de belastingvrije voet verhogen, de schijven of de tarieven aanpassen.

De methode die nu gekozen is, laat zien dat er door de onderhandelaars niet goed nagedacht is. Rutte is akkoord gegaan met een ordinaire belastingverhoging, alleen heet deze anders. Het resultaat dat VVD-minister Hans Hoogervorst met zijn stelselwijziging had bereikt – ook al valt daar het nodige op aan te merken – wordt zo in één keer tenietgedaan. Maar ook Samsom heeft met dit akkoord laten blijken weinig over de gevolgen te hebben nagedacht. Het eigen risico in de zorg wordt voor iemand met een modaal inkomen € 350. Dat is fors en het is een extra drempel om noodzakelijke zorg te vragen. Geconcludeerd kan worden dat het regeerakkoord met betrekking tot de zorg noch liberaal noch sociaal is.

Helaas geldt dat voor veel andere onderwerpen. Zo ook voor één van de andere dossiers waar Nederland op hervormingen zit te wachten: de woningmarkt. Er worden wel wat maatregelen genomen, maar een consistente en evenwichtige visie ontbreekt. De woningmarkt blijft onevenwichtig. Waarom moet je een annuïteitenhypotheek afsluiten om voor renteaftrek in aanmerking te komen? En waarom niet een tax-credit systeem invoeren zodat iedereen van hetzelfde tarief geniet? Voor lagere inkomens wordt het zo moeilijker om een eigen huis te kopen. Is dat sociaal?

Uit veel maatregelen blijkt dat het regeerakkoord noch sociaal noch liberaal is. Het regeerakkoord is gebaseerd op twee gedachten: (i) we willen (moeten) met elkaar regeren en (ii) er moet 16 mrd bezuinigd worden. Als je dan twee partijen hebt die geen consistente visie en ideologie hebben, krijg je een uitruil van standpunten in plaats van een goed doordacht, consistent beleid. De opstand die nu in de VVD plaats vindt is daar een gevolg van. Maar ook als de PvdA coulant zou zijn en de VVD een herstel van deze misser zou gunnen, dan nog wordt het regeerakkoord er niet veel beter op. Het blijft een gedrocht met weinig visie. En liberaal of sociaal zal het nooit worden. Regeren is meer dan kwartetten met standpunten. Nederland (“dit mooie land”) verdient beter.

donderdag 1 november 2012

Zorgperikelen


De voorstellen van de coalitiepartners om de premie voor de zorg inkomensafhankelijk te maken zijn slecht doordacht. Niet alleen omdat veel huishoudens er fors in koopkracht op achteruit zullen gaan – en anderen vooruit – maar vooral omdat er geen duidelijk concept achter zit en het haaks staat op de basisgedachte achter het zorgstelsel dat wij sinds 2006 kennen. Het regeerakkoord is daarin geheel niet consistent en uiteindelijk zal het tot hogere zorgkosten leiden.

Het principe dat de sterkste schouders de zwaarste lasten moeten dragen kan ik onderschrijven. Daarom hebben wij in Nederland ook een progressief belastingstelsel: het belastingtarief loopt op naarmate je meer verdient. Als je meer wilt nivelleren, zoals de coalitiepartners hebben afgesproken, dan moet je het hoogste tarief verhogen of de belastingschijven inkorten. Dat is dan een duidelijk instrument. Wat je zo veel mogelijk moet vermijden is om allerlei regelingen en voorzieningen inkomensafhankelijk te maken. Dat werkt verwarrend en is nodeloos bureaucratisch. Wij willen toch ook niet dat bioscoopkaartjes inkomensafhankelijk zijn of dat het Btw-tarief bij de supermarkt afhankelijk is van je loonstrookje? Waarom dan wel bij de zorgpremie?

Het zorgstelsel dat in 2006 is ingevoerd, is gebaseerd op concurrentie tussen verzekeraars. Deze worden geacht zorg “in te kopen” – een onzinnige gedachte overigens – en daarbij zowel op prijs als op kwaliteit te letten. Door scherp op de kosten te letten, kunnen zij met hun tarieven – de nominale premie - en hun overige voorwaarden concurreren. Om de koopkrachteffecten voor de lagere inkomens van de invoering van de nominale zorgpremie te compenseren, is er een zorgtoeslag ingesteld. Dat werkte redelijk goed: ook lagere inkomens hadden zo belang bij een zo laag mogelijke nominale premie, maar zij verloren geen koopkracht door de invoering van het stelsel.

Wat nu als inkomensafhankelijke zorgpremie wordt gepresenteerd is in feite niet anders dan een soort belasting, waarmee het grootste deel van de zorgverzekering gefinancierd wordt. De concurrentie tussen de zorgverzekeraars wordt daardoor weggenomen. Eén van de pijlers waarop het zorgstelsel rust, wordt zo onderuit gehaald. Er zullen dus minder prikkels zijn om de zorgkosten in de hand te houden en op de kwaliteit te letten. Het merkwaardige is dat de coalitiepartners er wel van uit gaan dat de verzekeraars die rol blijven vervullen. Het regeerakkoord is daarin dus niet consistent.

Als je de zorgkosten echt in de hand wilt houden, moet de consument weten hoeveel de zorg kost en ook een evenredig deel daaraan bijdragen. Als je de consument bijvoorbeeld 10% laat betalen van alle zorgconsumptie tot een maximum van € 3.000, dan heeft hij in totaal een eigen risico van € 300. Maar bij ieder beroep op de zorg zal afwegen of hij die kosten inderdaad wil maken, zonder dat er sprake is van een financiële drempel, zoals dat nu het geval is. Een dergelijk stelsel is veel effectiever om de kosten te beheersen dan wat nu in het regeerakkoord staat.

Dat de VVD akkoord is gegaan met een inkomensafhankelijke premie om daarmee een verlaging van de belastingtarieven te financieren is pure window dressing: voor de meeste inkomens is de inkomensafhankelijke premie (11,1% van het inkomen) een stuk hoger dan de verlaging van het toptarief met enkele procentpunten. Als je je in het verkiezingsprogramma voor een verlaging van de belastingen hebt uitgesproken, moet je niet via een achterdeur hogere belastingen binnenhalen. Als je denkt dat de kiezer niet door heeft dat hij aldus bedrogen wordt, heb je wel een heel lage dunk van het denkvermogen van je achterban.

Ernstiger evenwel is de systeemfout die geïntroduceerd wordt. Met de inkomensafhankelijke premie wordt in feite het hele zorgstelsel – dat door VVD-minister Hoogervorst in 2006 is ingevoerd – onderuit gehaald. Dit laat zien dat de onderhandelaars niet goed hebben nagedacht waar zij mee bezig waren. Dat geldt voor de zorg, maar dat geldt helaas voor veel andere beleidsterreinen. Het is maar goed dat deze coalitie geen meerderheid heeft in de Eerste Kamer.

maandag 29 oktober 2012

kabinet Asscher-Rutte

Vandaag is het regeerakkoord gepubliceerd dat de onderhandelaars Rutte en Samsom hebben gesloten. Het wordt gepresenteerd als het resultaat van ‘een zoektocht naar het beste van twee werelden’. Als dat waar was, zou het regeerakkoord mogelijk lijken op het verkiezingsprogramma van LibDem. Helaas is dat niet het geval. Het is een warrig amalgaam van denkbeelden en maatregelen waar iedere logica aan ontbreekt. De enige rode draad die te ontdekken valt is dat het geld moet opleveren: in totaal wordt het overheidstekort met 16 mrd verlaagd; dit kost dus 1.000 euro per Nederlander.

Die maatregelen kosten niet alleen geld, zij doen ook de werkloosheid stijgen. Volgens de berekeningen van het Centraal Planbureau stijgt de werkloosheid als gevolg van het regeerakkoord met 0,9%-punt. In plaats van maatregelen om de werkloosheid tegen te gaan en te zorgen dat zo veel mogelijk mensen aan het werk zijn, laat het nieuwe kabinet de werkloosheid extra stijgen.

De lasten worden structureel met € 6,5 mrd verhoogd. Deze lastenverhoging komt boven op de lastenverhoging waarmee de VVD akkoord is gegaan in het Kunduz-akkoord. Een nieuwe lastenverhoging is opvallend voor een zich liberaal noemende partij.

Op geen van de beleidsterreinen worden zinnige, op een visie gebaseerde voorstellen gedaan. De woningmarkt wordt ‘hervormd’ door de hypotheekrenteaftrek aan te passen, maar op zodanige wijze dat het voor de lagere inkomens moeilijker wordt een eigen woning te kopen. Is dat sociaal? Is dat liberaal? Geen van beide!

De zorgtoeslag wordt afgeschaft, maar de premies in de zorg worden inkomensafhankelijk. Wat is het nut daarvan? Het komt er op neer dat de verzekeraar gegevens moet opvragen over het inkomen van de verzekerde. Hoe is dat te rijmen met concurrentie tussen verzekeraars? En met privacy? Doordat de restitutiepolis uit de basisverzekering verdwijnt, krijgen de verzekeraars nog meer macht. Het staat in ieder geval haaks op het verkiezingsprogramma van LibDem.

Het regeerakkoord is duidelijk het product van twee verkiezingsprogramma’s die weinig visie bevatten en weinig conceptueel zijn. Je roert ze door elkaar en het resultaat is nog slechter dan de twee verkiezingsprogramma’s afzonderlijk. Sheila Sitalsing noemde dat in de Volkskrant van vandaag ‘het nieuwe D66-achtige beleid’. Dat is niet voor niets.

Behalve het regeerakkoord is vandaag ook de –vermoedelijke – samenstelling van het kabinet bekend geworden. Opvallend – en ook verstandig – is dat Diederik Samsom als fractievoorzitter in de Kamer blijft. Daarmee kan hij het kabinet scherp houden. Vicepremier wordt Lodewijk Asscher. Dat is iemand die bekend staat dat hij zijn rug recht houdt. Als kersverse wethouder heeft hij minister Zalm getrotseerd door te verhinderen dat Schiphol geprivatiseerd zou worden – een onzinnig idee overigens. Een heel ander karakter dus dan Mark Rutte, die volgens een voormalig fractiegenoot ‘schokkend weinig ideeën’ heeft en een allemansvriend is die alle windrichtingen uit wappert. Die combinatie kan interessant worden: te verwachten valt dat het kabinet Rutte-Asscher in de praktijk het kabinet Asscher-Rutte zal zijn.

www.libdem.nl

 

 
www.libdem.nl

zaterdag 8 september 2012

Werkloos door massapsychose

In alle verkiezingsprogramma’s van de partijen die nu in de Tweede Kamer vertegenwoordigd zijn, wordt fors bezuinigd: van 22 mrd bij de VVD tot 10 mrd bij GroenLinks. En dat heeft gevolgen. De binnenlandse bestedingen nemen door deze maatregelen af en de werkloosheid stijgt. Volgens het Centraal Planbureau stijgt de werkloosheid bij alle partijen, bij de PvdA en D66 zelfs met meer dan 100.000 personen. En dat zijn dan full time banen! Bij de VVD stijgt de werkloosheid minder, met ‘slechts’ 60.000 personen.

Deze plannen betekenen niet alleen dat de werkloosheid stijgt, maar ook dat meer bedrijven failliet zullen gaan. En dat zullen met name bedrijven zijn die voor de binnenlandse markt produceren. Vooral het mkb, dus.

De reden dat men wil bezuinigen is vanwege het begrotingstekort van de overheid en een oplopende staatsschuld. Het ironische is dat de staatsschuldquote – de verhouding tussen de staatsschuld en het bruto binnenlands product – bij de VVD en de PvdA juist stijgt. Het beoogde effect wordt dus niet bereikt!

Zoals ik al eerder in een blog uiteenzette, zijn deze politici bezig de crisis van de jaren tachtig te bestrijden. Toen was er in Nederland sprake van een klassieke werkloosheid: de lonen waren te hoog ten opzichte van de prijzen, er was een tekort op de betalingsbalans en er was sprake van een heel hoge rente. Onder die omstandigheden was het verstandig te bezuinigen. Nu niet. Verkeerde diagnose en verkeerde therapie dus.

LibDem staat met deze constatering niet alleen. Veel gerenommeerde economen vinden dat het in deze omstandigheden niet verstandig is te bezuinigen. In het buitenland zijn dat onder meer Nobelprijswinnaar Paul Krugman, hoofdeconoom van het IMF Olivier Blanchard en het Britse blad The Economist. In Nederland zijn dat de hoogleraren Eduard Bomhoff en Ewald Engelen en voormalig IMF-directeur en VVD-minister van Financiën Johan Witteveen.

Deze laatste verbaast zich ook over de huidige bezuinigingswoede. Gisteren wees hij in een interview in de Volkskrant op het grote overschot op de betalingsbalans en noemde het merkwaardig dat dat nooit genoemd wordt. ‘Er wordt absurd veel bezuinigd’ luidde de kop boven het interview. ‘Ik ben verbaasd, het lijkt wel een collectieve psychose. Als ze het doorzetten, worden we in een depressie gedrukt. Het is niet te begrijpen. Er is zelfs geen discussie over.’

Dat laatste is wel het meest merkwaardige. Het gaat niet om niets. Meer dan 100.000 extra werklozen door verkeerd beleid. Dat is één op de 60 werkende Nederlanders. En die komen nog eens bij de 400.000 werklozen die er zonder dit beleid toch al zullen zijn. Als gevolg van dit beleid is straks dus één op de 15 Nederlanders werkloos. Tel daarbij op alle bedrijven die failliet zullen gaan. Dat is pas echt lasten naar de toekomst verschuiven!

Het wordt nu, vier dagen voor de verkiezingen, tijd hier een debat over te voeren. Er moeten toch journalisten zijn die begrijpen waar het om gaat? LibDem is de enige partij die niet aan deze bezuinigingswoede mee wil doen en waarbij de werkloosheid dus niet extra stijgt. Dat is op dit moment ook het enige verstandige beleid. Zolang dat beleid niet gevoerd gaat worden kunnen de toekomstige werklozen in ieder geval de oorzaak van hun werkloosheid kennen: werkloos door massapsychose.

vrijdag 7 september 2012

Woningmarkt nog verder verziekt

Deze week lekten de voorstellen van staatssecretaris Weekers (VVD) voor de beperking van de hypotheekrenteaftrek uit. Het komt er op neer dat je na 1 januari 2013 alleen nog maar de hypotheekrente mag aftrekken als je een hypotheek hebt die daadwerkelijk in 30 jaar afgelost wordt. Dat kan een lineaire aflossing zijn of een annuïteitenlening. Het voorstel zal de woningmarkt nog verder op slot zetten.

De woningmarkt in Nederland is ernstig verziekt. Al jaren, en dat komt nu tot uiting, mede als gevolg van de kredietcrisis. De huizenprijzen dalen en niemand durft meer een woning te kopen. Anderzijds is het voor starters nog altijd moeilijk een geschikte woning te huren. Wachtlijsten van 5 jaar zijn geen uitzondering. Studenten moeten vaak € 500 per maand betalen voor een kamertje van 3 x 3.

LibDem is daarom voorstander van een integrale aanpak van de woningmarkt. Je moet eerst consensus krijgen over hoe een evenwichtige woningmarkt er uit ziet. Pas dan kun je maatregelen nemen om daar in een aantal jaren – bijvoorbeeld 10 of 15 – naar toe te gaan. In een evenwichtige woningmarkt moet het even aantrekkelijk zijn om een huis te kopen, te huren of te verhuren. De keus hangt dan van de omstandigheden af en het risico dat je wilt nemen.

De laatste tijd is onder invloed van de kredietcrisis de opvatting ontstaan dat het nodig is om schulden af te lossen. Nederland heeft een hoog niveau van private schulden, hetgeen mede het gevolg is van de hoge huizenprijzen en de mogelijkheden om de hypotheekrente volledig af te trekken. Maar de voorstellen van Weekers schieten weer de andere kant op. Als je gedwongen wordt een lening in 30 jaar volledig af te lossen om voor hypotheekrenteaftrek in aanmerking te komen, worden de netto woonlasten daarmee fors hoger. Bij een lineaire gaat het daarbij om 3,3% van de waarde van het huis. Voor starters wordt het dan moeilijker om een koophuis te betrekken, hetgeen de keuzevrijheid beperkt. Als liberalen zijn wij daar tegen.

De gedachte dat ieder in 30 jaar zijn hypotheeklening moet aflossen komt neer op het gedwongen laten sparen. Iemand die huurt kan hetgeen hij overhoudt beleggen in een banktegoed, aandelen of een levensverzekering. Wie een huis gekocht heeft, moet volgens Weekers gedwongen sparen in de aflossing van zijn hypotheek. Vanwaar deze beleggingsdwang? Is dat liberaal? Waarom kan iemand niet gewoon een nominale schuld houden en daar rente over betalen? Of het dan financieel verstandiger is de lening af te lossen, moet hij zelf weten.

Het bovenstaande is geen pleidooi voor het onverminderd in stand houden van de hypotheekrenteaftrek. Dat een herziening wenselijk is, moge duidelijk zijn. Maar dan in het kader van een algemene hervorming van de woningmarkt op basis van consensus over een evenwichtig einddoel. Dat is de enige mogelijkheid om de woningmarkt weer in evenwicht te brengen: een integrale aanpak.

Zonder deze integrale aanpak dreigen er telkens partiële ad hoc maatregelen getroffen te worden die de woningmarkt alleen verder uit evenwicht brengen. Het voorstel van Weekers is er één van. Als het doorgevoerd wordt, zal dat de mogelijkheden voor starters om een woning te vinden belemmeren en daardoor de huizenprijzen verder onder druk zetten. Dat zal gevolgen hebben voor mensen die nu een hypotheek hebben die hoger is dan de waarde van de woning, waarop de politiek weer maatregelen gaat nemen die dwingen tot versneld aflossen – en dus gedwongen beleggen. Dit is een vicieuze cirkel. Wie doorbreekt die?

De wijze waarop nu met de woningmarkt wordt omgegaan brengt deze alleen maar verder uit evenwicht. De enige manier om de woningmarkt weer te laten functioneren is met de integrale aanpak die LibDem voorstaat.