Posts tonen met het label milieu. Alle posts tonen
Posts tonen met het label milieu. Alle posts tonen

zaterdag 11 september 2021

Een rationeel klimaatbeleid is urgent!

Het laatste rapport van het IPCC over het klimaat heeft ons weer wakker geschud. Het is urgent om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Essentieel is daarbij ook een beleid te voeren dat zowel effectief, rechtvaardig als economisch verantwoord is. En daar is op dit moment geen sprake van. Niet in Nederland en niet in Europa.

Het beleid dat tot nu toe in Nederland gevoerd wordt is ineffectief en legt de lasten eenzijdig bij de burgers en sommige bedrijven. Geen wonder dat veel mensen afhaken en uit frustratie op klimaatsceptische partijen stemmen. Wist u bijvoorbeeld dat de energiebelasting voor kleinverbruikers (gezinnen) 28,9 cent per m3 bedraagt en voor grootgebruikers 4,3 cent per m3? Dat is niet alleen onrechtvaardig, maar ook inefficiënt! Dat moet natuurlijk gelijkgetrokken worden. Maar niets daarover in het ‘Document op hoofdlijnen’ dat VVD en D66 geschreven hebben als aanzet voor een nieuw regeerakkoord.

Essentieel is het daarom een rationeel klimaatbeleid te voeren dat generiek werkt ten opzichte van alle sectoren. Dat wil zeggen een beleid dat consumenten en bedrijven gelijk behandelt, dat effectief is voor het klimaat en de concurrentiepositie van bedrijven niet onnodig ondermijnt. Een dergelijk rationeel beleid moet Europees gevoerd worden en bestaat uit drie elementen.

Ten eerste moet er een algemene heffing komen op alle CO2 uitstoot uit fossiele bron (kolen, olie gas) die door de overheden in Europa wordt opgelegd en voorspelbaar oploopt. Een dergelijke heffing kan eenvoudig geheven worden aan de Europese buitengrens wanneer de fossiele brandstoffen Europa binnen komen of bij de bron wanneer zij uit de grond worden gehaald. Er bestaat immers een vaste relatie tussen de fossiele bron en de uitstoot van CO2. Zo levert iedere molecuul aardgas bij verbranding één molecuul CO2 op.

Ten tweede moet de opbrengst van een dergelijke heffing teruggegeven worden aan de burgers in de vorm van lastenverlichting, zodat de koopkracht gelijk blijft. Dit kan door ofwel de BTW ofwel de inkomstenbelasting te verlagen, dan wel een combinatie van beide. Het effect zal zijn dat goederen en diensten die met veel CO2-uitstoot gepaard gaan - zoals vliegreizen - duurder worden en de niet-vervuilende producten goedkoper. Deze teruggaaf beschermt de minder draagkrachtigen beter dan het voorstel van de Europese Commissie ”Fit for 55” dat medio juli verscheen.

Ten derde moet het niet zo zijn dat bedrijven hun productie naar buiten Europa verplaatsen omdat daar geen heffing wordt opgelegd. Een dergelijk ‘koolstoflek’ kun je voorkomen door aan de Europese buitengrens een correctiemechanisme in te voeren, de Border Carbon Adjustment (BCA). Een dergelijk mechanisme houdt in dat er bij invoer van goederen van buiten Europa gekeken wordt hoeveel uitstoot van CO2 met de productie en het vervoer van die goederen gemoeid is geweest en vervolgens wordt die uitstoot met hetzelfde tarief belast als in de Europese Unie geldt. Als bijvoorbeeld 1000 ton staal uit Zuid-Korea wordt ingevoerd, wordt berekend welke CO2 uitstoot met de productie en het vervoer is gemoeid en dat wordt vermenigvuldigd met het in Europa geldend tarief. Omgekeerd kan bij uitvoer van staal naar landen buiten Europa, de heffing die in Europa betaald is, teruggegeven worden. Met een dergelijk BCA kan in Europa een streng klimaatbeleid gevoerd worden, zonder dat dit ten koste gaat van de concurrentiepositie van de Europese economie, integendeel.

De meeste economen zijn voorstander van het hier geschetste rationele klimaatbeleid, omdat het de enige manier is om een zowel effectief als rechtvaardig beleid te voeren, dat bovendien minder bureaucratisch is en minder gevoelig voor lobbyisten dan het huidige beleid. LibDem is al vanaf 2009 voorstander van een rationeel klimaatbeleid. Zie bijvoorbeeld hier.

De voorstellen van de Europese Commissie in “Fit for 55” gaan weliswaar voor een deel in de richting van een rationeel klimaatbeleid, maar niet helemaal en blijven daardoor ineffectief. Zo wordt het emissiehandelssysteem gehandhaafd, hetgeen bureaucratisch is en veel minder voorspelbaar is dan een algemene heffing. Ook worden de verschillende sectoren verschillend behandeld, hetgeen niet alleen tot willekeur leidt, maar ook ten koste van de effectiviteit gaat. Dit zal bovendien de nodige onderhandelingen vergen. De BCA wordt wel voor de invoer van sommige goederen ingesteld, maar niet voor de uitvoer, waardoor Europese bedrijven die voor de wereldmarkt produceren door een streng klimaatbeleid benadeeld worden. Het halfbakken beleid van de Europese Commissie is dus willekeurig, bureaucratisch en zal niet tot de gewenste reductie van de CO2 uitstoot leiden.

Alleen een rationeel klimaatbeleid zoals hierboven geschetst is effectief, rechtvaardig en economisch verantwoord; alleen daarmee kan op een serieuze wijze de opwarming van de aarde worden tegengegaan. Dit zou de kern van het klimaatbeleid in het regeerakkoord van het te vormen kabinet moeten zijn. Te vrezen valt dat dat niet zal gebeuren.  

Sammy van Tuyll

www.libdem.nl 

maandag 19 mei 2014

Beter voor milieu dan GroenLinks, beter voor de economie dan de VVD


In het verkiezingsspotje van LibDem dat de afgelopen weken op TV te zien was, wordt gezegd dat het beleid dat LibDem voorstelt beter voor het milieu is dan GroenLinks en beter voor de economie dan de VVD. Veel kiezers vragen mij hoe dat kan. Daarom is het goed dat nader toe te lichten.

Luchtvervuiling houdt niet op aan de grens, daarom is het alleen zinnig om het milieubeleid – dan wel het energiebeleid – en het beperken van de uitstoot van broeikasgassen in Europees verband te voeren. Het huidig milieubeleid is niet effectief. Het bestaat uit regelgeving – zoals normen voor producten en het verbod op gloeilampen- subsidies en een ingewikkeld systeem van handel in emissierechten. Het laatste houdt in dat bedrijven – niet alle, maar in sommige bedrijfstakken – emissierechten voor CO2 toegekend krijgen. Als zij overhouden, mogen zij de resterende rechten verkopen; als zij tekort komen, moeten zij rechten bijkopen. De prijs van de emissierechten schommelt daardoor nogal en is de laatste jaren, mede als gevolg van de recessie, laag geweest, te laag om de uitstoot van broeikasgassen echt te beperken.

LibDem vindt dat de enige manier waarop je serieus de uitstoot van broeikasgassen kunt beperken, een heffing moet zijn op alle uitstoot van CO2 uit fossiele brandstoffen. Dat moet een heffing zijn die geleidelijk op een voorspelbare wijze oploopt, zodat je weet wat over tien jaar de prijs van de CO2 zal zijn. Die moet zo hoog zijn dat de uitstoot van CO2  uit fossiele brandstoffen fors beperkt wordt. Bedrijven en consumenten zullen daar op anticiperen, zodat zij zuinige producten maken en – ook belangrijk – er op een zuinige manier mee om zullen gaan. Het gebruik van duurzame energie wordt dan relatief goedkoper, zodat deze aantrekkelijker worden. Subsidies daarvoor zijn niet nodig. Windmolens draaien dan niet meer op subsidie (vaak weggegooid geld), maar alleen op wind. Voorwaarde is wel dat de opbrengsten die de overheid binnen krijgt in de vorm van lastenverlichting aan burgers en bedrijven teruggegeven wordt, zodat de koopkracht niet aangetast wordt. Europa kan zo een effectief milieubeleid voeren, ook al zouden de landen buiten Europa niet zo ver willen gaan.

Door een dergelijk beleid zullen de Europese bedrijven – en met name de energie-intensieve – ten opzichte van de niet-Europese landen duurder worden, waardoor hun concurrentiepositie verslechtert. Dat gebeurt nu ook als gevolg van de regelgeving en de handel in emissierechten, maar dat is minder zichtbaar. LibDem stelt echter voor, teneinde het concurrentienadeel op te heffen, een correctiemechanisme aan de Europese buitengrens in te voeren. Hierbij wordt op goederen die van buiten de EU komen een heffing opgelegd die gelijk is aan de heffing die dezelfde goederen in de EU zouden hebben plus de heffing op de uitstoot tijdens het transport. Voor goederen die geëxporteerd worden, wordt de CO2-heffing teruggegeven. Het Europees bedrijfsleven heeft hierdoor geen hinder van het in Europa gevoerde (strengere) milieubeleid. Volgens kenners is een dergelijke Border Tax Adjustment in overeenstemming met de regels van de WTO. (Zie ook Cambridge Working Papers in Economics CWPE 0409.)
Een dergelijk correctiemechanisme kun je niet invoeren met het huidige beleid, gebaseerd op regelgeving en handel in emissierechten. Dat is veel te onduidelijk.

Het beleid dat LibDem voorstelt is beter dan het huidige beleid. Op alle uitstoot van CO2 uit fossiele brandstof wordt immers een heffing gelegd. Er is geen willekeur meer. Ook is het niet nodig om allerlei willekeurige productnormen op te leggen. Het is immers in ieders belang – en dat van onze aarde - om te zorgen dat de uitstoot van CO2 beperkt wordt. Dat betekent dat niet alleen de producten energiezuinig zullen zijn, maar dat er daadwerkelijk een continue, generieke en voorspelbare prikkel zal zijn om de producten ook energiezuinig te gebruiken. Subsidies en belastingfaciliteiten zijn dan overbodig. Dat voorkomt ook het misbruik ervan. Een voorbeeld daarvan is het onlangs bekend geworden oneigenlijk gebruik van belastingfaciliteiten voor hybride auto’s. Er zal niet meer gelobbyd hoeven te worden om normen voor producten op een bepaald niveau vast te stellen.

Dit beleid is veel effectiever dan het huidige beleid voor de reductie van broeikasgassen. GroenLinks wil in principe het huidige beleid voortzetten, maar dan een beetje meer. Als je een streng milieubeleid wilt voeren, kan het echter beter op een generieke, marktconforme wijze, zoals LibDem voorstelt. Dat beïnvloedt immers niet alleen de producten, maar ook het gebruik ervan.

Het beleid van LibDem is ook beter voor de economie dan het huidige beleid – in hoofdlijnen gesteund door de VVD- en wel om twee redenen. Ten eerste is het generiek en marktconform, zodat je geen subsidies en betuttelende regelgeving meer nodig hebt. Ten tweede is wordt er rekening gehouden met de concurrentiepositie op de wereldmarkt. Opvallend is dat geen van de andere partijen - met uitzondering  van (deels) de SP - zich zorgen maken over de gevolgen van het Europees milieubeleid voor de concurrentiepositie van het Europees bedrijfsleven. Terwijl dat wel belangrijk is!

Het milieubeleid dat LibDem voorstelt is, kortom, beter voor het milieu dan GroenLinks en beter voor de economie dan de VVD.