Posts tonen met het label regeerakkoord. Alle posts tonen
Posts tonen met het label regeerakkoord. Alle posts tonen

vrijdag 17 mei 2013

Vertrouwen in de politiek


Volgens de laatste peiling van Maurice de Hond zou de coalitie van VVD en PvdA nu 44 zetels halen, 35 minder dan bij de verkiezingen op 12 september 2012. Als de Tweede Kamer volgens die laatst peiling was samengesteld zou de motie van wantrouwen tegen staatssecretaris Weekers met 97 stemmen zijn aangenomen. Het steunen van een falende staatssecretaris zal het vertrouwen in de politiek niet bevorderen.

Het vertrouwen in de politiek is al jaren laag. Dat blijkt niet alleen uit het feit dat nu minder dan één derde van de kiezers steun geeft aan de regering. Dat blijkt ook uit de partijen die hun aanhang zien groeien: PVV en 50Plus; deze partijen kunnen in de eerste plaats als protestpartij worden gezien, aangezien het onwaarschijnlijk is dat de kiezers door hun visie of partijprogramma worden aangesproken.

Het duidelijkste blijkt het geringe vertrouwen uit het aantal zetels dat de traditionele middenpartijen (VVD, PvdA, D66 en CDA) nu bij verkiezingen zouden halen: 73. Zelfs Paars plus het CDA zouden nu dus niet in staat zijn om een regering te vormen die een meerderheid heeft in de Tweede Kamer.

Het geringe vertrouwen in de politiek kan niet alleen verklaard worden door het laten zitten van falende staatssecretarissen. Ook voordat Teeven en Weekers vanwege partijpolitiek opportunisme mochten blijven zitten, was het vertrouwen al tot een dieptepunt gezakt. De belangrijkste oorzaak daarvan is dat geen van de politieke partijen – wellicht met uitzondering van de SP – een duidelijke en consistente visie heeft op de samenleving en de economie in de 21e eeuw. De meeste partijprogramma’s staan bol van de ad hoc maatregelen, die soms leuk bedacht zijn, maar waar geen consistente en samenhangende visie achter zit. Het gevolg is dat de ene ad hoc maatregel bij coalitievorming wordt uitgeruild tegen de andere en dat de kiezer het gevoel heeft dat er maar wat gedaan wordt. Dat gevoel is dan terecht!

Er zijn talloze voorbeelden, zoals de inkomensafhankelijke zorgpremie en het belasten van de reiskostenvergoeding. Maar ook de in het regeerakkoord overeengekomen hervormingen van de arbeidsmarkt of de ondoordachte bezuinigingen. Er wordt vaak stoer gezegd dat je nu eenmaal als verantwoordelijke regering impopulaire maatregelen moet nemen, maar dat is niet het probleem. De meeste mensen begrijpen wel dat je soms impopulaire maatregelen moet nemen. Het grootste probleem is de inconsistentie met andere maatregelen. Hoe kun je enerzijds zeggen dat je werk moet zoeken, ook (ver) buiten je woonplaats en anderzijds de vergoeding voor het woon-werkverkeer willen belasten? Hoe kun je enerzijds een maatschappij willen waar je geacht wordt aan het arbeidsproces deel te nemen en anderzijds een groter beroep willen doen op mantelzorg?

Het belasten van het reiskostenforfait en de inkomensafhankelijke zorgpremie zijn voorbeelden waar de kiezer in opstand komt tegen de voorgenomen maatregel, die vervolgens weer (terecht) teruggedraaid worden om al te grote ontevredenheid te voorkomen. Dat lukt evenwel niet altijd. Bij het afschaffen van de reiskostenvergoeding is dat overigens alleen gelukt omdat er ondertussen verkiezingen waren uitgeschreven.

Maar het gebrek aan visie heeft ook tot gevolg dat geen beleid wordt gevoerd of noodzakelijke maatregelen niet genomen worden. Dat geldt voor bijna alle beleidsterreinen. Denk aan Europa, de arbeidsmarkt, de woningmarkt, de zorg, het milieu. Voor al deze beleidsterreinen is het essentieel een op een consistente visie gebaseerd beleid te voeren. Die visie ontbreekt, waardoor er geen of een onduidelijk beleid wordt gevoerd. Denk bijvoorbeeld aan Europa waar minister-president Rutte uitdrukkelijk zei geen behoefte te hebben aan ‘vergezichten’. Geen wonder dat er dan een beleid uit rolt waarbij langzamerhand steeds meer bevoegdheden aan een ondemocratisch Europa worden overgedragen.

Denk ook aan de woningmarkt. Minister Blok heeft in februari met een aantal oppositiepartijen een Woonakkoord gesloten. Met veel tamtam is dit aangekondigd als dé oplossing die de woningmarkt weer op gang zal helpen. Niet dus. Het woonakkoord is een samenraapsel van halve maatregelen, maar een duidelijk en noodzakelijk zicht op een evenwichtige woningmarkt ontbreekt. Het is evident dat over enige tijd weer een aantal ‘fundamentele maatregelen’ moeten worden genomen. Wie durft onder deze omstandigheden nog een huis te kopen?

LibDem vindt dat een betrouwbare politieke partij gebaseerd moet zijn op een ideologie: een consistente en samenhangende visie op samenleving en economie. Hierop kan dan het verkiezingsprogramma en het beleid gebaseerd zijn. De kiezer stemt dan niet zo zeer op het verkiezingsprogramma – dat kan na 6 maanden al weer achterhaald zijn – maar wel op de visie waarop dat gebaseerd is. Pas dan kan een politieke partij ook een betrouwbaar beleid voeren.

LibDem heeft daarom haar visie in de eerste plaats neergelegd in de uitgangspunten, die in 2008 zijn vastgesteld. Deze uitgangspunten hebben een permanente waarde, ook al kunnen zij – mocht dat nodig zijn – na verloop van tijd geactualiseerd worden. De uitgangspunten zijn verder uitgewerkt in het manifest ‘Én liberaal én sociaal’ uit 2012, waarin met name de visie op de economische ordening is uitgewerkt. Deze is toegesneden op de economie in de 21e eeuw en wijkt af van die van alle andere politieke partijen die nu in de Tweede Kamer vertegenwoordigd zijn. LibDem daagt alle andere partijen uit daar een antwoord op te geven, zo zij daar toe in staat zijn. Dat vraagt om een inhoudelijk debat.

Het ontbreken van een ideologie en van een consistente visie bij de meeste politieke partijen is de belangrijkste reden dat er weinig vertrouwen is in de politiek. Zolang dat het geval is, zal het ongenoegen over de Haagse politiek alleen maar toenemen. Het is dan wachten op de volgende protestpartij die dat ongenoegen weet te verzilveren. Maar er is een alternatief!

vrijdag 12 april 2013

Sociale dissonant


Het overleg tussen kabinet, vakbonden en werkgevers heeft tot een sociaal akkoord geleid en zoals te verwachten valt zijn de deelnemers aan dit overleg zeer voldaan over het bereikte resultaat. Maar moeten degenen die niet aan het overleg deelnamen – de overige Nederlanders dus – er tevreden mee zijn?

Het akkoord heeft zeker een aantal positieve aspecten. Als is het alleen maar omdat een aantal ondoordachte maatregelen uit het regeerakkoord niet doorgaan. Deze maatregelen waren vooral ondoordacht omdat zij hetzij niet in een bredere context waren gezet - er lag geen duidelijke visie aan ten grondslag - hetzij verkeerd getimed waren. Het is economisch onverstandig - en bovendien asociaal - om in tijden van crisis zowel het ontslagrecht te versoepelen als de werkloosheidsuitkeringen te verlagen. Ook was het onverstandig om de werknemers in de zorg op de nullijn te zetten. Hierdoor verlaag je de koopkracht - hetgeen niet goed is voor de economie - en bovendien is het onrechtvaardig.
Het wegnemen van deze ondoordachte maatregelen kan dus als positief worden gezien.

Afgezien van het schrappen van verkeerde maatregelen uit het regeerakkoord, heeft het sociaal akkoord weinig te bieden als perspectief voor de toekomst. Er spreekt in ieder geval geen duidelijke visie uit hoe de economie in de 21e eeuw moet functioneren, laat staan hoe wij uit de crisis komen. Dat viel ook niet te verwachten, gelet op het voorliggend regeerakkoord. De inzet van de onderhandelingen was niet om een goed doordacht goed pakket maatregelen te nemen om uit de crisis te komen. De insteek was voor de vakbonden en werknemers om een aantal door hen verfoeide maatregelen uit het regeerakkoord te schrappen en voor het kabinet om draagvlak te krijgen, opdat in ieder geval nog iets van het regeerakkoord overeind kon blijven. Het resultaat is navenant.

Het akkoord is dus duidelijk niet een nieuw akkoord van Wassenaar. In dat in 1982 gesloten akkoord kwamen de sociale partners en het kabinet overeen om de lonen te matigen in ruil voor arbeidstijdverkorting. Een dergelijke maatregel was toen zinvol, omdat voortdurende loonstijgingen de concurrentiepositie hadden uitgehold. En de afgesproken loonmatiging heeft effect gehad: de export steeg en de Nederlandse economie trok aan.
Het akkoord van Wassenaar was gesloten vanuit een duidelijke en consistente visie op de economie. Die ontbreekt nu en die ontbrak ook in het regeerakkoord. Hoe LibDem daar over denkt, staat in het manifest ‘Én liberaal én sociaal’, dat een visie geeft op de samenleving en de economie in de 21e eeuw.

Waar het akkoord duidelijk tekort schiet is in de behandeling van de arbeidsgehandicapten. De regering bezuinigt fors op de sociale werkplaatsen, waardoor veel arbeidsgehandicapten op straat komen te staan. Dat is niet alleen een asociaal beleid, maar is ook economisch onverstandig: het gaat om mensen voor wie het zonder steun moeilijk is aan het arbeidsproces en de samenleving deel te nemen. Om de bezuinigingen te compenseren was in het regeerakkoord opgenomen dat bedrijven met meer dan 25 werknemers een verplicht zouden worden 5% arbeidsgehandicapten in dienst te nemen. Dat is ook duidelijk een ondoordachte en zelfs asociale maatregel. Werkgevers waren daar terecht tegen en deze compenserende maatregel is daarom geschrapt. Wat er voor in de plaats is gekomen is de belofte van werkgevers om 100.000 banen voor arbeidsgehandicapten te scheppen. Dat gaat dus nooit lukken! Arbeidsgehandicapten vallen hiermee tussen wal en schip. Beter was geweest om dan ook de bezuinigingen op sociale werkplaatsen terug te draaien.

Wat het akkoord zeker niet bereiken zal is het herstellen van het consumentenvertrouwen. Wel worden – vooralsnog – een aantal onzekerheden weggenomen, zoals een kortere werkloosheidsuitkering bij ontslag. Maar daartegenover staan andere onzekerheden die de koopkracht aantasten, zoals de premie voor werknemers om de extra werkloosheidsuitkeringen te kunnen betalen. Ook dreigt het kabinet met nieuwe bezuinigingen als in het najaar blijkt dat het tekort in 2014 boven de 3%-norm komt. Je kunt nu al voorspellen dat dat het geval zal zijn. En die bezuinigingen leiden weer tot extra onzekerheid.

Helemaal bont maakt minster Dijsselbloem het: ‘Dit akkoord is een belangrijke doorbraak en nu is er duidelijkheid. Het is goed dat werknemers, werkgevers en het kabinet de krachten bundelen en ik reken erop dat de gemaakte afspraken een positieve uitwerking hebben op onze economie’. Als deze maatregelen in zijn ogen zo positief zijn, waarom heeft hij ze dan niet eerder bedacht? Hij is per slot van rekening één van de architecten van het regeerakkoord. Of geeft hij hiermee impliciet de ideeënarmoede van het regeerakkoord toe?

De deelnemers aan het overleg zullen luid verkondigen dat zij een mooi akkoord hebben gesloten. Maar de overige Nederlanders hebben weinig om tevreden over te zijn, ook al gaan een aantal slechte maatregelen niet door. Dit akkoord is niet wat wij nu nodig hebben om Nederland uit de crisis te krijgen. Daarvoor hebben wij een duidelijke visie nodig over hoe de economie dient te functioneren. Daarvoor hebben wij ook een goed sociaal beleid nodig.
Dit is in feite geen sociaal akkoord, eerder een sociale dissonant.

maandag 5 november 2012

Niet liberaal en niet sociaal


Nog voor dat het kabinet geïnstalleerd was, is het vertrouwen erin tot een dieptepunt gezakt. Volgens de peilingen van Maurice de Hond zou de coalitie nu 57 zetels in de Tweede Kamer krijgen, lang geen meerderheid dus. En dat is geen wonder: het regeerakkoord is noch liberaal noch sociaal.

Hans Spekman sprak dit weekend zijn waardering voor het regeerakkoord uit door te zeggen dat nivelleren een feest is. Daarmee zag hij twee dingen over het hoofd. Er wordt alleen genivelleerd met betrekking tot de middeninkomens, de hogere inkomens blijven buiten schot. Ernstiger is dat de inkomensplaatjes maar het halve beeld geven. Wie de pech krijgt werkloos te worden, gaat in inkomen tientallen procenten achteruit. Er dreigt een tweedeling in de samenleving te komen tussen degenen die (nog) werk hebben en degenen die werkloos zullen zijn. En dat laatste aantal zal door het kabinetsbeleid toenemen.

De cijfers van het Centraal Planbureau laten dat duidelijk zien: als gevolg van het bezuinigingsbeleid van het kabinet zal de werkloosheid toenemen. En dat is nog maar het halve beeld, want ook zzp’ers en het mkb zullen het heel moeilijk krijgen als gevolg van de terugval in bestedingen.

Met name de werkloze ouderen en jongeren zullen het heel moeilijk krijgen. Wie ouder dan 45 jaar is en werkloos wordt kan vergeten – uitzonderingen daargelaten – dat hij nog werk kan krijgen op hetzelfde niveau of tegen een vergelijkbaar salaris als zijn vorige baan. Wie starter is op de arbeidsmarkt en geen werkervaring heeft, zal de komende jaren heel moeilijk een baan krijgen. Net als in de jaren 1980 dreigt een verloren generatie. Als de economie straks weer aantrekt (in 2020 ?), zullen werkgevers de voorkeur geven aan pas afgestudeerden boven degenen met dezelfde kwalificaties die enkele jaren naar werk hebben gezocht.

Zeker onder deze omstandigheden is het drastisch versoberen van de sociale voorzieningen niet sociaal te noemen. Het is dan ook verbazingwekkend dat de PvdA hier mee akkoord is gegaan. Is de lust om te regeren groter dan de wens een sociaal beleid te voeren? Geen wonder dat de PvdA in de peilingen gezakt is tot 30 zetels.

En de VVD-achterban heeft ook terecht reden om te mopperen. Dat de PvdA een zekere nivellering wilde is tot daar aan toe. Maar het gekozen instrument daarvoor is desastreus. Niet alleen omdat het vooral ten koste van de middeninkomens gaat –de hogere inkomens gaan er op vooruit - maar vooral omdat daarmee de hele basisfilosofie van het zorgstelsel op de helling wordt gezet. Daarbij komt dat het in het geheel niet bijdraagt aan het beperken van de zorgkosten. Als je wilt nivelleren, is de inkomensbelasting daartoe het aangewezen instrument, en niet allerlei andere regelingen. Wat nu gebeurt, is het weghalen van het laatste restje marktwerking in de zorg. Bovendien wordt door allerlei maatregelen nog meer macht aan de verzekeraars gegeven. Ook hierin is het regeerakkoord niet liberaal. De VVD-kiezer is er achter gekomen dat de wil om te regeren belangrijker was dan het bereiken van een evenwichtig en doordacht resultaat. Geen wonder dus dat de VVD in de peilingen tot 27 zetels is gezakt.

Beide partijen schofferen hun achterban door een regeerakkoord te sluiten dat noch liberaal noch sociaal is. Erelid van de VVD Hans Wiegel zei dit weekend dat de VVD terug moest naar de onderhandelingstafel. Hij zei dat de PvdA wel zo verstandig zou zijn om de VVD uit de problemen te helpen. Maar ook de PvdA zou terug moeten naar de onderhandelingstafel vanwege de asociale aspecten van het regeerakkoord. Als dat gebeurt zou er wellicht nog iets te redden zijn, anders kan dit kabinet het best zo snel mogelijk verdwijnen.

vrijdag 2 november 2012

Regeren is meer dan kwartetten met standpunten


Volgens het FD van vandaag heeft informateur Wouter Bos de twee partijen ieder een kaart laten kiezen met daarop een cruciale wens. Mark Rutte koos de kaart ‘voldoende bezuinigen voor structureel begrotingsevenwicht’ en Diederik Samsom koos ‘een eerlijkere inkomensverdeling’. Ergens in het formatieproces is toen besloten dat het laatste zou betekenen dat de zorgpremie inkomensafhankelijk werd. Met forse gevolgen voor de inkomens van de middengroepen, die net zo goed hardwerkende Nederlanders zijn.

Dat de kaart die Rutte koos een verkeerde keus is, moge duidelijk zijn. In een economische recessie is het onverstandig om te bezuinigen. Dat is vorige maand nog een keer bevestigd door het IMF. Niettemin volhardt hij in zijn idée fixe dat er per se op korte termijn evenwicht op de begroting moet komen. Het gevolg is dat de werkloosheid extra stijgt en de crisis zich verdiept, zoals blijkt uit de doorrekening van het Centraal Planbureau. Onverstandig beleid dus. Veel toekomstige werklozen zullen dat merken, maar ook het mkb een zzp’ers zullen er de gevolgen van ondervinden.

Natuurlijk moet je in coalitiebesprekingen elkaar wat gunnen. En als Samsom kiest voor een eerlijkere inkomensverdeling, zijn er veel manieren om dat te bereiken. Het aangewezen instrument is de inkomensbelasting. Je kunt bijvoorbeeld de belastingvrije voet verhogen, de schijven of de tarieven aanpassen.

De methode die nu gekozen is, laat zien dat er door de onderhandelaars niet goed nagedacht is. Rutte is akkoord gegaan met een ordinaire belastingverhoging, alleen heet deze anders. Het resultaat dat VVD-minister Hans Hoogervorst met zijn stelselwijziging had bereikt – ook al valt daar het nodige op aan te merken – wordt zo in één keer tenietgedaan. Maar ook Samsom heeft met dit akkoord laten blijken weinig over de gevolgen te hebben nagedacht. Het eigen risico in de zorg wordt voor iemand met een modaal inkomen € 350. Dat is fors en het is een extra drempel om noodzakelijke zorg te vragen. Geconcludeerd kan worden dat het regeerakkoord met betrekking tot de zorg noch liberaal noch sociaal is.

Helaas geldt dat voor veel andere onderwerpen. Zo ook voor één van de andere dossiers waar Nederland op hervormingen zit te wachten: de woningmarkt. Er worden wel wat maatregelen genomen, maar een consistente en evenwichtige visie ontbreekt. De woningmarkt blijft onevenwichtig. Waarom moet je een annuïteitenhypotheek afsluiten om voor renteaftrek in aanmerking te komen? En waarom niet een tax-credit systeem invoeren zodat iedereen van hetzelfde tarief geniet? Voor lagere inkomens wordt het zo moeilijker om een eigen huis te kopen. Is dat sociaal?

Uit veel maatregelen blijkt dat het regeerakkoord noch sociaal noch liberaal is. Het regeerakkoord is gebaseerd op twee gedachten: (i) we willen (moeten) met elkaar regeren en (ii) er moet 16 mrd bezuinigd worden. Als je dan twee partijen hebt die geen consistente visie en ideologie hebben, krijg je een uitruil van standpunten in plaats van een goed doordacht, consistent beleid. De opstand die nu in de VVD plaats vindt is daar een gevolg van. Maar ook als de PvdA coulant zou zijn en de VVD een herstel van deze misser zou gunnen, dan nog wordt het regeerakkoord er niet veel beter op. Het blijft een gedrocht met weinig visie. En liberaal of sociaal zal het nooit worden. Regeren is meer dan kwartetten met standpunten. Nederland (“dit mooie land”) verdient beter.

donderdag 1 november 2012

Zorgperikelen


De voorstellen van de coalitiepartners om de premie voor de zorg inkomensafhankelijk te maken zijn slecht doordacht. Niet alleen omdat veel huishoudens er fors in koopkracht op achteruit zullen gaan – en anderen vooruit – maar vooral omdat er geen duidelijk concept achter zit en het haaks staat op de basisgedachte achter het zorgstelsel dat wij sinds 2006 kennen. Het regeerakkoord is daarin geheel niet consistent en uiteindelijk zal het tot hogere zorgkosten leiden.

Het principe dat de sterkste schouders de zwaarste lasten moeten dragen kan ik onderschrijven. Daarom hebben wij in Nederland ook een progressief belastingstelsel: het belastingtarief loopt op naarmate je meer verdient. Als je meer wilt nivelleren, zoals de coalitiepartners hebben afgesproken, dan moet je het hoogste tarief verhogen of de belastingschijven inkorten. Dat is dan een duidelijk instrument. Wat je zo veel mogelijk moet vermijden is om allerlei regelingen en voorzieningen inkomensafhankelijk te maken. Dat werkt verwarrend en is nodeloos bureaucratisch. Wij willen toch ook niet dat bioscoopkaartjes inkomensafhankelijk zijn of dat het Btw-tarief bij de supermarkt afhankelijk is van je loonstrookje? Waarom dan wel bij de zorgpremie?

Het zorgstelsel dat in 2006 is ingevoerd, is gebaseerd op concurrentie tussen verzekeraars. Deze worden geacht zorg “in te kopen” – een onzinnige gedachte overigens – en daarbij zowel op prijs als op kwaliteit te letten. Door scherp op de kosten te letten, kunnen zij met hun tarieven – de nominale premie - en hun overige voorwaarden concurreren. Om de koopkrachteffecten voor de lagere inkomens van de invoering van de nominale zorgpremie te compenseren, is er een zorgtoeslag ingesteld. Dat werkte redelijk goed: ook lagere inkomens hadden zo belang bij een zo laag mogelijke nominale premie, maar zij verloren geen koopkracht door de invoering van het stelsel.

Wat nu als inkomensafhankelijke zorgpremie wordt gepresenteerd is in feite niet anders dan een soort belasting, waarmee het grootste deel van de zorgverzekering gefinancierd wordt. De concurrentie tussen de zorgverzekeraars wordt daardoor weggenomen. Eén van de pijlers waarop het zorgstelsel rust, wordt zo onderuit gehaald. Er zullen dus minder prikkels zijn om de zorgkosten in de hand te houden en op de kwaliteit te letten. Het merkwaardige is dat de coalitiepartners er wel van uit gaan dat de verzekeraars die rol blijven vervullen. Het regeerakkoord is daarin dus niet consistent.

Als je de zorgkosten echt in de hand wilt houden, moet de consument weten hoeveel de zorg kost en ook een evenredig deel daaraan bijdragen. Als je de consument bijvoorbeeld 10% laat betalen van alle zorgconsumptie tot een maximum van € 3.000, dan heeft hij in totaal een eigen risico van € 300. Maar bij ieder beroep op de zorg zal afwegen of hij die kosten inderdaad wil maken, zonder dat er sprake is van een financiële drempel, zoals dat nu het geval is. Een dergelijk stelsel is veel effectiever om de kosten te beheersen dan wat nu in het regeerakkoord staat.

Dat de VVD akkoord is gegaan met een inkomensafhankelijke premie om daarmee een verlaging van de belastingtarieven te financieren is pure window dressing: voor de meeste inkomens is de inkomensafhankelijke premie (11,1% van het inkomen) een stuk hoger dan de verlaging van het toptarief met enkele procentpunten. Als je je in het verkiezingsprogramma voor een verlaging van de belastingen hebt uitgesproken, moet je niet via een achterdeur hogere belastingen binnenhalen. Als je denkt dat de kiezer niet door heeft dat hij aldus bedrogen wordt, heb je wel een heel lage dunk van het denkvermogen van je achterban.

Ernstiger evenwel is de systeemfout die geïntroduceerd wordt. Met de inkomensafhankelijke premie wordt in feite het hele zorgstelsel – dat door VVD-minister Hoogervorst in 2006 is ingevoerd – onderuit gehaald. Dit laat zien dat de onderhandelaars niet goed hebben nagedacht waar zij mee bezig waren. Dat geldt voor de zorg, maar dat geldt helaas voor veel andere beleidsterreinen. Het is maar goed dat deze coalitie geen meerderheid heeft in de Eerste Kamer.

maandag 29 oktober 2012

kabinet Asscher-Rutte

Vandaag is het regeerakkoord gepubliceerd dat de onderhandelaars Rutte en Samsom hebben gesloten. Het wordt gepresenteerd als het resultaat van ‘een zoektocht naar het beste van twee werelden’. Als dat waar was, zou het regeerakkoord mogelijk lijken op het verkiezingsprogramma van LibDem. Helaas is dat niet het geval. Het is een warrig amalgaam van denkbeelden en maatregelen waar iedere logica aan ontbreekt. De enige rode draad die te ontdekken valt is dat het geld moet opleveren: in totaal wordt het overheidstekort met 16 mrd verlaagd; dit kost dus 1.000 euro per Nederlander.

Die maatregelen kosten niet alleen geld, zij doen ook de werkloosheid stijgen. Volgens de berekeningen van het Centraal Planbureau stijgt de werkloosheid als gevolg van het regeerakkoord met 0,9%-punt. In plaats van maatregelen om de werkloosheid tegen te gaan en te zorgen dat zo veel mogelijk mensen aan het werk zijn, laat het nieuwe kabinet de werkloosheid extra stijgen.

De lasten worden structureel met € 6,5 mrd verhoogd. Deze lastenverhoging komt boven op de lastenverhoging waarmee de VVD akkoord is gegaan in het Kunduz-akkoord. Een nieuwe lastenverhoging is opvallend voor een zich liberaal noemende partij.

Op geen van de beleidsterreinen worden zinnige, op een visie gebaseerde voorstellen gedaan. De woningmarkt wordt ‘hervormd’ door de hypotheekrenteaftrek aan te passen, maar op zodanige wijze dat het voor de lagere inkomens moeilijker wordt een eigen woning te kopen. Is dat sociaal? Is dat liberaal? Geen van beide!

De zorgtoeslag wordt afgeschaft, maar de premies in de zorg worden inkomensafhankelijk. Wat is het nut daarvan? Het komt er op neer dat de verzekeraar gegevens moet opvragen over het inkomen van de verzekerde. Hoe is dat te rijmen met concurrentie tussen verzekeraars? En met privacy? Doordat de restitutiepolis uit de basisverzekering verdwijnt, krijgen de verzekeraars nog meer macht. Het staat in ieder geval haaks op het verkiezingsprogramma van LibDem.

Het regeerakkoord is duidelijk het product van twee verkiezingsprogramma’s die weinig visie bevatten en weinig conceptueel zijn. Je roert ze door elkaar en het resultaat is nog slechter dan de twee verkiezingsprogramma’s afzonderlijk. Sheila Sitalsing noemde dat in de Volkskrant van vandaag ‘het nieuwe D66-achtige beleid’. Dat is niet voor niets.

Behalve het regeerakkoord is vandaag ook de –vermoedelijke – samenstelling van het kabinet bekend geworden. Opvallend – en ook verstandig – is dat Diederik Samsom als fractievoorzitter in de Kamer blijft. Daarmee kan hij het kabinet scherp houden. Vicepremier wordt Lodewijk Asscher. Dat is iemand die bekend staat dat hij zijn rug recht houdt. Als kersverse wethouder heeft hij minister Zalm getrotseerd door te verhinderen dat Schiphol geprivatiseerd zou worden – een onzinnig idee overigens. Een heel ander karakter dus dan Mark Rutte, die volgens een voormalig fractiegenoot ‘schokkend weinig ideeën’ heeft en een allemansvriend is die alle windrichtingen uit wappert. Die combinatie kan interessant worden: te verwachten valt dat het kabinet Rutte-Asscher in de praktijk het kabinet Asscher-Rutte zal zijn.

www.libdem.nl

 

 
www.libdem.nl