Posts tonen met het label staatsschuld. Alle posts tonen
Posts tonen met het label staatsschuld. Alle posts tonen

zaterdag 8 september 2012

Werkloos door massapsychose

In alle verkiezingsprogramma’s van de partijen die nu in de Tweede Kamer vertegenwoordigd zijn, wordt fors bezuinigd: van 22 mrd bij de VVD tot 10 mrd bij GroenLinks. En dat heeft gevolgen. De binnenlandse bestedingen nemen door deze maatregelen af en de werkloosheid stijgt. Volgens het Centraal Planbureau stijgt de werkloosheid bij alle partijen, bij de PvdA en D66 zelfs met meer dan 100.000 personen. En dat zijn dan full time banen! Bij de VVD stijgt de werkloosheid minder, met ‘slechts’ 60.000 personen.

Deze plannen betekenen niet alleen dat de werkloosheid stijgt, maar ook dat meer bedrijven failliet zullen gaan. En dat zullen met name bedrijven zijn die voor de binnenlandse markt produceren. Vooral het mkb, dus.

De reden dat men wil bezuinigen is vanwege het begrotingstekort van de overheid en een oplopende staatsschuld. Het ironische is dat de staatsschuldquote – de verhouding tussen de staatsschuld en het bruto binnenlands product – bij de VVD en de PvdA juist stijgt. Het beoogde effect wordt dus niet bereikt!

Zoals ik al eerder in een blog uiteenzette, zijn deze politici bezig de crisis van de jaren tachtig te bestrijden. Toen was er in Nederland sprake van een klassieke werkloosheid: de lonen waren te hoog ten opzichte van de prijzen, er was een tekort op de betalingsbalans en er was sprake van een heel hoge rente. Onder die omstandigheden was het verstandig te bezuinigen. Nu niet. Verkeerde diagnose en verkeerde therapie dus.

LibDem staat met deze constatering niet alleen. Veel gerenommeerde economen vinden dat het in deze omstandigheden niet verstandig is te bezuinigen. In het buitenland zijn dat onder meer Nobelprijswinnaar Paul Krugman, hoofdeconoom van het IMF Olivier Blanchard en het Britse blad The Economist. In Nederland zijn dat de hoogleraren Eduard Bomhoff en Ewald Engelen en voormalig IMF-directeur en VVD-minister van Financiën Johan Witteveen.

Deze laatste verbaast zich ook over de huidige bezuinigingswoede. Gisteren wees hij in een interview in de Volkskrant op het grote overschot op de betalingsbalans en noemde het merkwaardig dat dat nooit genoemd wordt. ‘Er wordt absurd veel bezuinigd’ luidde de kop boven het interview. ‘Ik ben verbaasd, het lijkt wel een collectieve psychose. Als ze het doorzetten, worden we in een depressie gedrukt. Het is niet te begrijpen. Er is zelfs geen discussie over.’

Dat laatste is wel het meest merkwaardige. Het gaat niet om niets. Meer dan 100.000 extra werklozen door verkeerd beleid. Dat is één op de 60 werkende Nederlanders. En die komen nog eens bij de 400.000 werklozen die er zonder dit beleid toch al zullen zijn. Als gevolg van dit beleid is straks dus één op de 15 Nederlanders werkloos. Tel daarbij op alle bedrijven die failliet zullen gaan. Dat is pas echt lasten naar de toekomst verschuiven!

Het wordt nu, vier dagen voor de verkiezingen, tijd hier een debat over te voeren. Er moeten toch journalisten zijn die begrijpen waar het om gaat? LibDem is de enige partij die niet aan deze bezuinigingswoede mee wil doen en waarbij de werkloosheid dus niet extra stijgt. Dat is op dit moment ook het enige verstandige beleid. Zolang dat beleid niet gevoerd gaat worden kunnen de toekomstige werklozen in ieder geval de oorzaak van hun werkloosheid kennen: werkloos door massapsychose.

woensdag 29 augustus 2012

Kiezen over economie



‘Er valt wat te kiezen’, aldus Coen Teurlings, directeur van het Centraal Planbureau. Met name op het gebied van economie valt er dit jaar echt wat te kiezen. De fundamentele keus is tussen verstandig en onverstandig economisch beleid.

Conform de Haagse mythe dat het nu in Nederland noodzakelijk is versneld de overheidsfinanciën op orde te brengen, doen de gevestigde partijen een wedstrijdje wie het meest kan bezuinigen. De resultaten zijn doorgerekend door het Centraal Planbureau en die liegen er niet om. Bij alle partijen daalt het bruto binnenlands product (bbp) en stijgt de werkloosheid als gevolg van de door hen voorgestelde maatregelen. De SGP en D66 zijn kampioen werkloosheid met stijgingen van 1,5 en 1,3%-punt. De enige uitzondering is de partij die het minst bezuinigt, de PVV. Bij de PVV is de economische groei 0,1%-punt hoger dan zonder maatregelen en is de werkloosheid 0,5% lager.

LibDem is voor een beleid om eerst de economie op orde te brengen, waardoor de overheidsfinanciën vanzelf weer in evenwicht komen. Als het nodig is maatregelen te nemen, kan dat beter bij een gezonde economie waarin iedereen weer aan het werk is dan in een situatie waarin er een hoge werkloosheid is. Je kunt beter niets doen dan een verkeerd beleid voeren. LibDem wil de economie wel hervormen, maar is tegen hervormingen die onbezonnen zijn en die worden doorgedrukt onder het motto dat ‘bezuinigen moet’. In dit kader komt het beleid van LibDem neer op de basisvariant van het Centraal Planbureau. En die is in veel opzichten beter dan de maatregelen die voorgesteld worden.

Waarom het economisch beleid van de gevestigde partijen onverstandig is, heb ik uitgelegd in mijn vorige blog van vrijdag 24-8. De berekeningen van het Centraal Planbureau bevestigen die analyse voor 100%.

Zo nemen bij alle partijen de binnenlandse bestedingen af ten opzichte van het basispad. Dat heeft gevolgen voor de werkgelegenheid. Zoals gezegd neemt de werkloosheid bij alle partijen (behalve de PVV) verder toe. Bij de PvdA en D66 zelfs met 1,3%-punt. Het gaat dan wel om 100.000 extra werklozen! Ook bij de VVD neemt de werkloosheid toe, zij het met ‘slechts’ 65.000. Dat deze personen in 2040 weer werk kunnen krijgen, is mooi, maar dat helpt nu niet veel.

Is dat nu verstandig beleid? Laten wij eens kijken waar het allemaal om begonnen was: de overheidsfinanciën. Door de negatieve gevolgen voor de economie en zogenaamde inverdieneffecten daalt het tekort veel minder dan wat er bezuinigd wordt. Voor de houdbaarheid van de overheidsfinanciën is de staatschuldquote – de verhouding tussen de staatsschuld en het bbp - een belangrijke variabele. Bij VVD, PvdA, PVV en CDA stijgt deze ten opzichte van het beleid van LibDem. Het beoogde resultaat – een stabilisering dan wel daling van de staatsschuldquote - wordt dus in het geheel niet bereikt, integendeel! Het Planbureau legt uit dat dat door het noemereffect komt: “bij veel partijen komt het nominale bbp lager uit dan in het basispad.” Met andere woorden: meer groei (LibDem) zorgt voor een lagere staatschuldquote. Alleen bij GroenLinks neemt de staatsschuldquote noemenswaardig af, maar dat komt vooral omdat de inflatie wordt aangewakkerd.

Een andere variabele, die vaak minder aandacht krijgt, is het saldo op de lopende rekening van de betalingsbalans. Nederland heeft al een overschot op de lopende rekening: wij verdienen als land meer dan wat wij uitgeven. Volgens het basispad stijgt dit overschot in 2017 naar 9,25% van het bbp. Dat is fors! Dat is ook onwenselijk, gelet op de werkloosheid en ook in verband met de onevenwichtigheden in Europa. Wil de eurocrisis opgelost worden, dan moeten de zuidelijke landen kunnen exporteren naar Noord-Europese landen. De Europese Unie vindt een dergelijk overschot dan ook te hoog en het zou goed zijn als Nederland weer meer zou besteden. Maar nu de beleidsmaatregelen: bij alle gevestigde partijen neemt dit overschot toe! Bij D66 zelfs met 1%-punt van het bbp. Hoezo een pro-Europese partij?

De keus is duidelijk: gaan wij door met het “saneren” van de overheidsfinanciën ten koste van de economie en de werkgelegenheid of zorgen wij eerst dat de economie weer op gang komt en zo veel mogelijk mensen weer aan het werk zijn? De gevestigde partijen zijn voor het eerste, LibDem voor het laatste. Er valt dus echt iets te kiezen!


vrijdag 24 augustus 2012

Politici bestrijden vorige crisis

Generaals zijn vaak bezig de vorige oorlog uit te vechten. Het lijkt alsof de meeste politici in Nederland ook de vorige economische crisis aan het bestrijden zijn. Als je Rutte, Pechtold, van Haersma Buma hoort spreken hebben zij een uitstekend recept om de crisis op te lossen. Maar dan wel die van begin jaren tachtig van de vorige eeuw. Niet de huidige. Je vraagt je af of zij het verschil wel kennen tussen een Keynesiaanse en een klassieke werkloosheid.

In de jaren tachtig was er sprake van een klassieke werkloosheid. De lonen waren te hoog ten opzichte van de prijzen. Het was daarom niet lonend om de werkgelegenheid uit te breiden. Nederland leed aan de zogenoemde Dutch disease en had zich uit de markt geprijsd. Wij gaven als land meer uit dan wat wij verdienden en hadden dus een tekort op de betalingsbalans. In die situatie had het geen zin om het tekort van de overheid te laten oplopen. Er was immers geen sprake van een vraagtekort. Toch is het overheidstekort toen fors gestegen: van 0,8% in 1977 naar maar liefst 6,2% in 1982. Dat was toen niet verstandig en onder die omstandigheden was het beter geweest de overheidsfinanciën sneller op orde te brengen.

Nu is de situatie heel anders: er is sprake van een Keynesiaanse werkloosheid. De economie krimpt door een tekort aan vraag naar goederen en diensten. Onder die omstandigheden moet de overheid juist zorgen dat de vraag op peil blijft. Dat gebeurt nu niet en doordat de overheid bezuinigingen en lastenverhogingen aankondigt, worden de mensen bang en geven minder uit. Je ziet in Nederland de binnenlandse bestedingen teruglopen en de Nederlandse economie doet het dan ook slechter dan die van de omringende landen. Een duidelijk verschil met de jaren tachtig is ook dat wij al jaren een fors overschot op de betalingsbalans hebben: wij verdienen als land meer dan dat wij uitgeven. Dat overschot loopt nu verder op door de terugval van de binnenlandse bestedingen en dat is niet goed voor het evenwicht in Europa.

Onder de huidige omstandigheden is het het beste om de zogenaamde automatische stabilisatoren te laten werken: het overheidstekort loopt dan iets op en zal vanzelf weer dalen als de economie weer aantrekt. 

En de staatsschuld dan? Natuurlijk zal die iets stijgen, maar dat moet ook in perspectief worden geplaatst. In 1950, tijdens de wederopbouw was deze 141% van het bruto binnenlands product. Dat is als gevolg van economische groei gedaald tot 38% in 1977. Door de crisis in de jaren tachtig liep deze op tot 77% in 1993. Op dit moment bedraagt de staatsschuldquote 72%.

Een groot verschil is evenwel de lange rente. In de jaren tachtig was deze heel hoog, met een top van 11,5% in 1981. Dat past bij het economisch beeld van toen: een klassieke werkloosheid die met verkeerd beleid bestreden werd. Als gevolg daarvan betaalde de overheid enorme rentelasten over de staatsschuld met maxima van 6,2% van het bruto binnenlands product in 1985 en 1992. Nu bedraagt de lange rente 2,0% en zijn de rentelasten van de overheid 2,0% van het bruto binnenlands product.

Natuurlijk is het verstandig de staatsschuld niet te ver te laten oplopen en moeten de overheidsfinanciën op termijn weer gezond zijn. Maar voor gezonde overheidsfinanciën is een gezonde economie nodig. Met het huidige beleid bereik je dat niet. Doordat de binnenlandse bestedingen teruglopen, zal de werkloosheid verder stijgen en zullen bedrijven failliet gaan. Dat is kapitaalvernietiging. De lessen van de jaren tachtig laten zien dat een “verloren generatie” - schoolverlaters die geen werk kunnen vinden – tenminste tien jaar nodig heeft om de schade weer in te halen. Dat is pas echt lasten naar de toekomst verschuiven.

Het zou goed zijn als de politici de balans tussen deze twee kwaden eens zouden opmaken: een iets hogere staatsschuld bij een lage rente of een hoge werkloosheid en een verloren generatie. LibDem kiest voor werkgelegenheid en het gezond maken van de economie. Dan daalt het overheidstekort en de staatschuld vanzelf, dat duurt alleen iets langer. Dat beleid past nu in de huidige economisch omstandigheden.

Wat de meeste andere politici doen is de crisis van de jaren tachtig bestrijden. En daardoor kan de huidige crisis nog heel lang duren. Zij schuiven daarmee lasten naar de toekomst. Hoezo aanpakken en nu vooruit?


vrijdag 6 juli 2012

Niet aanpakken, maar doorschuiven

Vanochtend heeft de VVD haar concept-verkiezingsprogramma gepresenteerd met de titel ‘niet doorschuiven, maar aanpakken’. Aardig om te kijken wat daarmee bedoeld wordt.

Het programma is gebaseerd op een rigoureuze reductie van het begrotingstekort. De economische analyse daarvan ontbreekt en dat is misschien maar goed ook want dan zou blijken dat dit beleid helemaal niet zo verstandig is als beweerd wordt. Dat het programma op een verkeerde veronderstelling berust, blijkt al uit de eerste zin van de samenvatting: ‘Nederland leeft boven zijn stand’. Dat is klinkklare nonsens. Nederland leeft helemaal niet boven zijn stand: wij hebben een veel te hoog overschot op de lopende rekening van de betalingsbalans. Als land verdienen wij dus aanzienlijk meer dan wij uitgeven. Verkeerde diagnose en verkeerd beleid, dus.

Wel geeft de Nederlandse overheid meer uit dan zij ontvangt en op den duur moeten uitgaven en ontvangsten in evenwicht zijn. Dat moet je echter niet forceren zo lang de economie niet aantrekt. De VVD wil heel stoer 24 miljard ombuigen en daarbij ook nog de lasten verlichten. Onder meer wordt 9 miljard omgebogen in de sociale zekerheid en 7 miljard in de zorg. Gelet op de slechte economische vooruitzichten, zal een ombuiging in de sociale zekerheid ten koste gaan van de mensen zonder werk en van de koopkracht. Zoiets kun je pas doen als de economie weer aantrekt en er perspectief is dat mensen inderdaad weer aan het werk kunnen. De bezuinigingen in de zorg wil de VVD realiseren door meer zorg door de gemeente te laten leveren. De gemeente zal vervolgens om de begroting rond te krijgen weer de lasten moeten verhogen. Per saldo is er dus geen sprake van een ombuiging, maar van het doorschuiven van taken. De titel van het concept-verkiezingsprogramma zou dus eigenlijk moeten luiden: ‘niet aanpakken, maar doorschuiven’.

 Zou het iets voor de G500 zijn om via een amendement te zorgen dat de vlag de lading weer dekt?