Posts tonen met het label zorg. Alle posts tonen
Posts tonen met het label zorg. Alle posts tonen

maandag 15 maart 2021

Onbetrouwbare verkiezingen

Aanstaande woensdag worden, midden in de pandemie, Tweede Kamerverkiezingen gehouden. Zijn die wel democratisch? En is het zinvol om tijdens een pandemie verkiezingen te houden?

Een maand geleden was er nog een debat over de vraag of de verkiezingen wel door moesten gaan. Enkele burgemeesters uitten toen zorgen over de veiligheid van verkiezingen. Zij pleitten voor uitstel en wilden in ieder geval dat aan het Outbreak Management Team advies zou worden gevraagd. Dat advies is er nooit gekomen, ook al waren OMT leden bezorgd over het besmettingsrisico tijdens verkiezingen. Uitstel zou inderdaad zo gek niet zijn geweest. In Frankrijk zijn de regionale verkiezingen vanwege de pandemie uitgesteld en in Duitsland zijn de deelstaatverkiezingen in Thüringen doorgeschoven van 25 april naar 26 september. Maar niet in Nederland.

In deze discussies ging het vooral om de veiligheid van het stemmen zelf. Zou het wel veilig zijn om naar het stemhokje te gaan? Vanwege twijfel daarover wordt verwacht dat de opkomst bij deze verkiezingen vanwege corona lager zal zijn dan normaal. Dit betekent dat de uitslag als gevolg van de lage opkomst vertekend zal zijn.

Maar dat is niet de enige reden om te twijfelen over de waarde van deze verkiezingen. Er zijn twee belangrijkere bedenkingen tegen het houden van verkiezingen in corona tijd.

Ten eerste kan er met de huidige beperkingen niet of nauwelijks campagne worden gevoerd. In verkiezingstijden moeten de debatten niet alleen op TV of online worden gevoerd, maar ook in zaaltjes, op straat, op verkiezingsmarkten, etc. Daar is nu geen sprake van.

Ten tweede wordt het nieuws en de discussie grotendeels opgeëist door de pandemie. En de bestrijding van de pandemie is niet de essentie van het beleid dat de komende vier jaar gevoerd moet worden. 

Er zijn een aantal belangrijke onderwerpen die met de nodige urgentie moeten worden aangepakt: klimaat, arbeidsmarkt, woningmarkt, zorg, onderwijs, Europa, tweedeling in de samenleving. Deze vragen alle om een fundamentele discussie die verder gaat dan een enkel televisiedebat of een één op één gesprek. Maar als de aandacht overwegend naar de pandemie en de daartegen genomen maatregelen gaat, komen deze onderwerpen nauwelijks aan bod. Dit zijn echter wel onderwerpen die bij de formatie direct op tafel komen te liggen. Te verwachten valt dat er straks in een regeerakkoord ingrijpende maatregelen worden aangekondigd die in de verkiezingscampagnes niet of nauwelijks besproken zijn. Al vóór de verkiezingen kun je daarom de conclusie trekken dat de kiezers zich straks bedrogen zullen voelen, omdat zij niet op de hoogte waren van het voorgenomen beleid en de argumenten die daar voor of tegen pleiten, laat staan dat zij zich daarover hebben kunnen uitspreken.

De komende verkiezingen kunnen daarom niet of nauwelijks als democratisch gezien worden. De uitslag ervan zal onbetrouwbaar zijn, zeker gelet op alles wat de komende jaren op het spel staat. 

Het zou daarom beter zijn als in 2022 – als de pandemie hopelijk voorbij is – opnieuw verkiezingen worden gehouden.

 

Sammy van Tuyll

www.libdem.nl

 

 

 

donderdag 20 maart 2014

De verliezer is de kiezer



De kiezer heeft gesproken en de uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen staat vast. In de eerste plaats wil ik de winnaars van de verkiezingen feliciteren. Dat zijn in de eerste plaats de lokale partijen die bij elkaar 29,7% van de stemmen haalden, een winst van 4,9%. En dat zijn verder D66 en de SP die een winst van respectievelijk 3,8% en 2,7% behaalden.
Het opkomstpercentage viel mee en was met 53,8% slechts 0,1%-punt lager dan in 2010; het was in ieder geval hoger dan verwacht.

Wat betekent dit resultaat? De winst van de lokale partijen kan voor een belangrijk deel verklaard worden uit afkeer van de landelijke partijen. Uit onderzoek blijkt ook dat de redenen om niet te stemmen voor het grootste deel (33%) te maken hebben met wantrouwen in de politiek. Zij stemmen dus met de voeten.

De winst van veel partijen kan eveneens door afkeer van andere partijen worden verklaard. Wie in 2012 op de VVD of de PvdA stemde heeft veel redenen om zich bedrogen te voelen en stemt nu dus maar D66 of SP. Veel kiezers weten tot het laatste moment niet op wie te stemmen en de keus in het stemhokje wordt vaak meer bepaald door het afstrepen van de partijen op wie je niet wilt stemmen dan voor een positieve keus voor een beleid waar je achter staat.

Dat is niet verwonderlijk: het gevoerde beleid is vaak warrig en inconsistent en hangt van de kretologie aan elkaar. Een echt debat over belangrijke onderwerpen wordt niet gevoerd. Neem bijvoorbeeld het argument dat decentralisatie van de langdurige zorg of de Jeugdzorg tot meer ‘maatwerk’ en ‘oplossingen dicht bij huis’ zullen leiden. Wat een onzin! Alsof uitvoering door het Rijk niet kan zorgen voor maatwerk en oplossingen dicht bij huis. We hebben nu toch ook een nationale politie gekregen? De hele decentralisatie van Rijkstaken is inconsistent en slecht doordacht; veel kiezers voelen dat. Zij hebben zich daar alleen niet duidelijk over kunnen uitspreken.

Het gebrek aan discussie over belangrijke onderwerpen maakt dat de kiezers zich van de politiek afkeren. Ook bij de volgende verkiezingen zal dat weer duidelijk worden. Als grote verliezers van deze gemeenteraadsverkiezingen worden de PvdA (-4,9%) en de VVD (-3,6%) gezien. Maar eigenlijk is de grootste verliezer de kiezer.



zondag 10 november 2013

Participatiesamenleving is niet liberaal

Deze regering heeft het begrip participatiesamenleving omarmd als ideologische dekmantel voor bezuinigingen. Een participatiesamenleving is een samenleving waarin iedereen die dat kan verantwoordelijkheid neemt voor zijn of haar eigen leven en omgeving, zonder hulp van de (landelijke) overheid. Zo gedefinieerd lijkt er niets op tegen te zijn: prima als mensen eigen verantwoordelijkheid nemen.

Probleem is echter dat het begrip gehanteerd wordt om de “terugtredende overheid” - lees: bezuinigingen - te rechtvaardigen. En dan gaat het met name om taken op het gebied van sociale zekerheid en zorg die om allerlei redenen beter door de overheid vervuld kunnen worden. Het kabinet vindt dat mensen meer een beroep doen op mantelzorg, op elkaar, moeten doen en pas aankloppen bij de overheid als dat geen resultaat oplevert. En daar ligt het probleem. Deze participatiemaatschappij beknot de vrijheid, leidt tot bedilzucht, bevordert ongelijkheid en willekeur en is economisch inefficiënt. Genoeg redenen om er tegen te zijn.

De verplichting een beroep op anderen te doen beknot de vrijheid van zowel degene die de hulp aanbiedt als van die die er om vraagt. Het is prima om af en toe vrijwillig boodschappen voor de buurman te doen. Als het uitkomt. Maar soms komt het niet uit en moeten de boodschappen wel gedaan worden. En dan is de verplichte mantelzorg voor beide partijen belastend. Vandaar dat een systeem waarbij de overheid zorgt dat mensen die hulp behoeven die ook krijgen voor alle partijen de meeste vrijheid biedt. Bedacht zij dat het niet alleen gaat om het doen van boodschappen, maar ook andere vormen van verzorging, waaronder persoonlijke verzorging. Ook daar kan het zeer belastend zijn steeds een beroep op familie of buren te moeten doen.

In de plannen van het kabinet komt in de toekomst een (gemeente)ambtenaar in een gesprek ‘aan de keukentafel’ beoordelen of iemand voor hulp van de overheid in aanmerking komt. Het gaat daarbij niet alleen om de vraag of iemand wel zelf boodschappen kan doen, maar ook of hij geen familie of buren heeft, die hem daarmee kunnen helpen. Heeft hij wel voldoende een beroep op potentiële mantelzorgers gedaan? Kan zijn dochter hem niet komen helpen? of de buurman? Dit zal tot een hoge mate van bedilzucht leiden. Er zal op zijn minst morele druk op de betrokkenen worden uitgeoefend.

En dan de ongelijkheid. Een kenmerk van de rechtstaat is dat gelijke gevallen gelijk worden behandeld. In de “participatiemaatschappij” zoals het kabinet die voor ogen heeft, kan dat niet meer. De uitvoering van de resterende zorgtaak van de overheid wordt immers aan de gemeenten opgedragen en iedere gemeente zal haar eigen beleid voeren. En ieder geval is natuurlijk uniek, zodat er binnen één gemeente weinig vergelijkbare gevallen zullen zijn. Ongelijkheid en willekeur zullen het gevolg zijn.

De hele operatie is in gang gezet omdat het uiteindelijk economisch efficiënter zou zijn: de overheid hoeft geen belasting te heffen als burgers de werkzaamheden zelf buiten de overheid om verrichten. Maar is deze oplossing nu economisch efficiënter? Vroeger bleven mensen vaak in dezelfde plaats wonen, vaak vlak bij hun ouders. In dat geval kon je makkelijk je ouders verzorgen als die hulpbehoevend waren. Nu is dat anders. Mensen wonen doorgaans verder van hun familie vandaan. Dat wordt ook gestimuleerd en het past bij een economie waarin men niet meer zijn hele leven bij één werkgever werkt. Maar kan van iemand die in Amersfoort woont verwacht worden dat hij dagelijks naar Utrecht reist om zijn vader te verzorgen? Dat kost zowel tijd als geld. Het is economisch veel efficiënter om dan maar iets meer belasting te betalen, waardoor de overheid kan zorgen dat iemand in Utrecht boodschappen doet, liefst voor een aantal mensen tegelijk. Uiteindelijk zal de “participatiemaatschappij” niet alleen ten koste gaan van het welzijn, maar ook van de welvaart: de Nederlandse economie wordt minder efficiënt. Is dat wat het kabinet beoogt?

De “participatiemaatschappij” staat dan ook op gespannen voet met een andere doelstelling van het kabinetsbeleid, namelijk om de arbeidsmarkt te flexibiliseren. Je kunt niet aan de ene kant verwachten dat mensen verhuizen om elders werk te vinden en aan de andere kant dat zij mantelzorg bieden aan familieleden. Deze inconsistentie is tekenend voor de wijze waarop de huidige Haagse politiek werkt: geen doordachte visie op hoe de samenleving en de economie in de 21e het best kan functioneren.

De “participatiemaatschappij” zoals het kabinet die voor ogen heeft, leidt dus tot minder vrijheid, tot betutteling, tot ongelijkheid en willekeur en is economisch inefficiënt. Zij staat haaks op de idealen van het liberalisme. Zij staat zeker haaks op de visie van LibDem: een maatschappij waarin het individu zo veel mogelijk vrijheid geniet.




maandag 5 november 2012

Niet liberaal en niet sociaal


Nog voor dat het kabinet geïnstalleerd was, is het vertrouwen erin tot een dieptepunt gezakt. Volgens de peilingen van Maurice de Hond zou de coalitie nu 57 zetels in de Tweede Kamer krijgen, lang geen meerderheid dus. En dat is geen wonder: het regeerakkoord is noch liberaal noch sociaal.

Hans Spekman sprak dit weekend zijn waardering voor het regeerakkoord uit door te zeggen dat nivelleren een feest is. Daarmee zag hij twee dingen over het hoofd. Er wordt alleen genivelleerd met betrekking tot de middeninkomens, de hogere inkomens blijven buiten schot. Ernstiger is dat de inkomensplaatjes maar het halve beeld geven. Wie de pech krijgt werkloos te worden, gaat in inkomen tientallen procenten achteruit. Er dreigt een tweedeling in de samenleving te komen tussen degenen die (nog) werk hebben en degenen die werkloos zullen zijn. En dat laatste aantal zal door het kabinetsbeleid toenemen.

De cijfers van het Centraal Planbureau laten dat duidelijk zien: als gevolg van het bezuinigingsbeleid van het kabinet zal de werkloosheid toenemen. En dat is nog maar het halve beeld, want ook zzp’ers en het mkb zullen het heel moeilijk krijgen als gevolg van de terugval in bestedingen.

Met name de werkloze ouderen en jongeren zullen het heel moeilijk krijgen. Wie ouder dan 45 jaar is en werkloos wordt kan vergeten – uitzonderingen daargelaten – dat hij nog werk kan krijgen op hetzelfde niveau of tegen een vergelijkbaar salaris als zijn vorige baan. Wie starter is op de arbeidsmarkt en geen werkervaring heeft, zal de komende jaren heel moeilijk een baan krijgen. Net als in de jaren 1980 dreigt een verloren generatie. Als de economie straks weer aantrekt (in 2020 ?), zullen werkgevers de voorkeur geven aan pas afgestudeerden boven degenen met dezelfde kwalificaties die enkele jaren naar werk hebben gezocht.

Zeker onder deze omstandigheden is het drastisch versoberen van de sociale voorzieningen niet sociaal te noemen. Het is dan ook verbazingwekkend dat de PvdA hier mee akkoord is gegaan. Is de lust om te regeren groter dan de wens een sociaal beleid te voeren? Geen wonder dat de PvdA in de peilingen gezakt is tot 30 zetels.

En de VVD-achterban heeft ook terecht reden om te mopperen. Dat de PvdA een zekere nivellering wilde is tot daar aan toe. Maar het gekozen instrument daarvoor is desastreus. Niet alleen omdat het vooral ten koste van de middeninkomens gaat –de hogere inkomens gaan er op vooruit - maar vooral omdat daarmee de hele basisfilosofie van het zorgstelsel op de helling wordt gezet. Daarbij komt dat het in het geheel niet bijdraagt aan het beperken van de zorgkosten. Als je wilt nivelleren, is de inkomensbelasting daartoe het aangewezen instrument, en niet allerlei andere regelingen. Wat nu gebeurt, is het weghalen van het laatste restje marktwerking in de zorg. Bovendien wordt door allerlei maatregelen nog meer macht aan de verzekeraars gegeven. Ook hierin is het regeerakkoord niet liberaal. De VVD-kiezer is er achter gekomen dat de wil om te regeren belangrijker was dan het bereiken van een evenwichtig en doordacht resultaat. Geen wonder dus dat de VVD in de peilingen tot 27 zetels is gezakt.

Beide partijen schofferen hun achterban door een regeerakkoord te sluiten dat noch liberaal noch sociaal is. Erelid van de VVD Hans Wiegel zei dit weekend dat de VVD terug moest naar de onderhandelingstafel. Hij zei dat de PvdA wel zo verstandig zou zijn om de VVD uit de problemen te helpen. Maar ook de PvdA zou terug moeten naar de onderhandelingstafel vanwege de asociale aspecten van het regeerakkoord. Als dat gebeurt zou er wellicht nog iets te redden zijn, anders kan dit kabinet het best zo snel mogelijk verdwijnen.

vrijdag 2 november 2012

Regeren is meer dan kwartetten met standpunten


Volgens het FD van vandaag heeft informateur Wouter Bos de twee partijen ieder een kaart laten kiezen met daarop een cruciale wens. Mark Rutte koos de kaart ‘voldoende bezuinigen voor structureel begrotingsevenwicht’ en Diederik Samsom koos ‘een eerlijkere inkomensverdeling’. Ergens in het formatieproces is toen besloten dat het laatste zou betekenen dat de zorgpremie inkomensafhankelijk werd. Met forse gevolgen voor de inkomens van de middengroepen, die net zo goed hardwerkende Nederlanders zijn.

Dat de kaart die Rutte koos een verkeerde keus is, moge duidelijk zijn. In een economische recessie is het onverstandig om te bezuinigen. Dat is vorige maand nog een keer bevestigd door het IMF. Niettemin volhardt hij in zijn idée fixe dat er per se op korte termijn evenwicht op de begroting moet komen. Het gevolg is dat de werkloosheid extra stijgt en de crisis zich verdiept, zoals blijkt uit de doorrekening van het Centraal Planbureau. Onverstandig beleid dus. Veel toekomstige werklozen zullen dat merken, maar ook het mkb een zzp’ers zullen er de gevolgen van ondervinden.

Natuurlijk moet je in coalitiebesprekingen elkaar wat gunnen. En als Samsom kiest voor een eerlijkere inkomensverdeling, zijn er veel manieren om dat te bereiken. Het aangewezen instrument is de inkomensbelasting. Je kunt bijvoorbeeld de belastingvrije voet verhogen, de schijven of de tarieven aanpassen.

De methode die nu gekozen is, laat zien dat er door de onderhandelaars niet goed nagedacht is. Rutte is akkoord gegaan met een ordinaire belastingverhoging, alleen heet deze anders. Het resultaat dat VVD-minister Hans Hoogervorst met zijn stelselwijziging had bereikt – ook al valt daar het nodige op aan te merken – wordt zo in één keer tenietgedaan. Maar ook Samsom heeft met dit akkoord laten blijken weinig over de gevolgen te hebben nagedacht. Het eigen risico in de zorg wordt voor iemand met een modaal inkomen € 350. Dat is fors en het is een extra drempel om noodzakelijke zorg te vragen. Geconcludeerd kan worden dat het regeerakkoord met betrekking tot de zorg noch liberaal noch sociaal is.

Helaas geldt dat voor veel andere onderwerpen. Zo ook voor één van de andere dossiers waar Nederland op hervormingen zit te wachten: de woningmarkt. Er worden wel wat maatregelen genomen, maar een consistente en evenwichtige visie ontbreekt. De woningmarkt blijft onevenwichtig. Waarom moet je een annuïteitenhypotheek afsluiten om voor renteaftrek in aanmerking te komen? En waarom niet een tax-credit systeem invoeren zodat iedereen van hetzelfde tarief geniet? Voor lagere inkomens wordt het zo moeilijker om een eigen huis te kopen. Is dat sociaal?

Uit veel maatregelen blijkt dat het regeerakkoord noch sociaal noch liberaal is. Het regeerakkoord is gebaseerd op twee gedachten: (i) we willen (moeten) met elkaar regeren en (ii) er moet 16 mrd bezuinigd worden. Als je dan twee partijen hebt die geen consistente visie en ideologie hebben, krijg je een uitruil van standpunten in plaats van een goed doordacht, consistent beleid. De opstand die nu in de VVD plaats vindt is daar een gevolg van. Maar ook als de PvdA coulant zou zijn en de VVD een herstel van deze misser zou gunnen, dan nog wordt het regeerakkoord er niet veel beter op. Het blijft een gedrocht met weinig visie. En liberaal of sociaal zal het nooit worden. Regeren is meer dan kwartetten met standpunten. Nederland (“dit mooie land”) verdient beter.

donderdag 1 november 2012

Zorgperikelen


De voorstellen van de coalitiepartners om de premie voor de zorg inkomensafhankelijk te maken zijn slecht doordacht. Niet alleen omdat veel huishoudens er fors in koopkracht op achteruit zullen gaan – en anderen vooruit – maar vooral omdat er geen duidelijk concept achter zit en het haaks staat op de basisgedachte achter het zorgstelsel dat wij sinds 2006 kennen. Het regeerakkoord is daarin geheel niet consistent en uiteindelijk zal het tot hogere zorgkosten leiden.

Het principe dat de sterkste schouders de zwaarste lasten moeten dragen kan ik onderschrijven. Daarom hebben wij in Nederland ook een progressief belastingstelsel: het belastingtarief loopt op naarmate je meer verdient. Als je meer wilt nivelleren, zoals de coalitiepartners hebben afgesproken, dan moet je het hoogste tarief verhogen of de belastingschijven inkorten. Dat is dan een duidelijk instrument. Wat je zo veel mogelijk moet vermijden is om allerlei regelingen en voorzieningen inkomensafhankelijk te maken. Dat werkt verwarrend en is nodeloos bureaucratisch. Wij willen toch ook niet dat bioscoopkaartjes inkomensafhankelijk zijn of dat het Btw-tarief bij de supermarkt afhankelijk is van je loonstrookje? Waarom dan wel bij de zorgpremie?

Het zorgstelsel dat in 2006 is ingevoerd, is gebaseerd op concurrentie tussen verzekeraars. Deze worden geacht zorg “in te kopen” – een onzinnige gedachte overigens – en daarbij zowel op prijs als op kwaliteit te letten. Door scherp op de kosten te letten, kunnen zij met hun tarieven – de nominale premie - en hun overige voorwaarden concurreren. Om de koopkrachteffecten voor de lagere inkomens van de invoering van de nominale zorgpremie te compenseren, is er een zorgtoeslag ingesteld. Dat werkte redelijk goed: ook lagere inkomens hadden zo belang bij een zo laag mogelijke nominale premie, maar zij verloren geen koopkracht door de invoering van het stelsel.

Wat nu als inkomensafhankelijke zorgpremie wordt gepresenteerd is in feite niet anders dan een soort belasting, waarmee het grootste deel van de zorgverzekering gefinancierd wordt. De concurrentie tussen de zorgverzekeraars wordt daardoor weggenomen. Eén van de pijlers waarop het zorgstelsel rust, wordt zo onderuit gehaald. Er zullen dus minder prikkels zijn om de zorgkosten in de hand te houden en op de kwaliteit te letten. Het merkwaardige is dat de coalitiepartners er wel van uit gaan dat de verzekeraars die rol blijven vervullen. Het regeerakkoord is daarin dus niet consistent.

Als je de zorgkosten echt in de hand wilt houden, moet de consument weten hoeveel de zorg kost en ook een evenredig deel daaraan bijdragen. Als je de consument bijvoorbeeld 10% laat betalen van alle zorgconsumptie tot een maximum van € 3.000, dan heeft hij in totaal een eigen risico van € 300. Maar bij ieder beroep op de zorg zal afwegen of hij die kosten inderdaad wil maken, zonder dat er sprake is van een financiële drempel, zoals dat nu het geval is. Een dergelijk stelsel is veel effectiever om de kosten te beheersen dan wat nu in het regeerakkoord staat.

Dat de VVD akkoord is gegaan met een inkomensafhankelijke premie om daarmee een verlaging van de belastingtarieven te financieren is pure window dressing: voor de meeste inkomens is de inkomensafhankelijke premie (11,1% van het inkomen) een stuk hoger dan de verlaging van het toptarief met enkele procentpunten. Als je je in het verkiezingsprogramma voor een verlaging van de belastingen hebt uitgesproken, moet je niet via een achterdeur hogere belastingen binnenhalen. Als je denkt dat de kiezer niet door heeft dat hij aldus bedrogen wordt, heb je wel een heel lage dunk van het denkvermogen van je achterban.

Ernstiger evenwel is de systeemfout die geïntroduceerd wordt. Met de inkomensafhankelijke premie wordt in feite het hele zorgstelsel – dat door VVD-minister Hoogervorst in 2006 is ingevoerd – onderuit gehaald. Dit laat zien dat de onderhandelaars niet goed hebben nagedacht waar zij mee bezig waren. Dat geldt voor de zorg, maar dat geldt helaas voor veel andere beleidsterreinen. Het is maar goed dat deze coalitie geen meerderheid heeft in de Eerste Kamer.

maandag 29 oktober 2012

kabinet Asscher-Rutte

Vandaag is het regeerakkoord gepubliceerd dat de onderhandelaars Rutte en Samsom hebben gesloten. Het wordt gepresenteerd als het resultaat van ‘een zoektocht naar het beste van twee werelden’. Als dat waar was, zou het regeerakkoord mogelijk lijken op het verkiezingsprogramma van LibDem. Helaas is dat niet het geval. Het is een warrig amalgaam van denkbeelden en maatregelen waar iedere logica aan ontbreekt. De enige rode draad die te ontdekken valt is dat het geld moet opleveren: in totaal wordt het overheidstekort met 16 mrd verlaagd; dit kost dus 1.000 euro per Nederlander.

Die maatregelen kosten niet alleen geld, zij doen ook de werkloosheid stijgen. Volgens de berekeningen van het Centraal Planbureau stijgt de werkloosheid als gevolg van het regeerakkoord met 0,9%-punt. In plaats van maatregelen om de werkloosheid tegen te gaan en te zorgen dat zo veel mogelijk mensen aan het werk zijn, laat het nieuwe kabinet de werkloosheid extra stijgen.

De lasten worden structureel met € 6,5 mrd verhoogd. Deze lastenverhoging komt boven op de lastenverhoging waarmee de VVD akkoord is gegaan in het Kunduz-akkoord. Een nieuwe lastenverhoging is opvallend voor een zich liberaal noemende partij.

Op geen van de beleidsterreinen worden zinnige, op een visie gebaseerde voorstellen gedaan. De woningmarkt wordt ‘hervormd’ door de hypotheekrenteaftrek aan te passen, maar op zodanige wijze dat het voor de lagere inkomens moeilijker wordt een eigen woning te kopen. Is dat sociaal? Is dat liberaal? Geen van beide!

De zorgtoeslag wordt afgeschaft, maar de premies in de zorg worden inkomensafhankelijk. Wat is het nut daarvan? Het komt er op neer dat de verzekeraar gegevens moet opvragen over het inkomen van de verzekerde. Hoe is dat te rijmen met concurrentie tussen verzekeraars? En met privacy? Doordat de restitutiepolis uit de basisverzekering verdwijnt, krijgen de verzekeraars nog meer macht. Het staat in ieder geval haaks op het verkiezingsprogramma van LibDem.

Het regeerakkoord is duidelijk het product van twee verkiezingsprogramma’s die weinig visie bevatten en weinig conceptueel zijn. Je roert ze door elkaar en het resultaat is nog slechter dan de twee verkiezingsprogramma’s afzonderlijk. Sheila Sitalsing noemde dat in de Volkskrant van vandaag ‘het nieuwe D66-achtige beleid’. Dat is niet voor niets.

Behalve het regeerakkoord is vandaag ook de –vermoedelijke – samenstelling van het kabinet bekend geworden. Opvallend – en ook verstandig – is dat Diederik Samsom als fractievoorzitter in de Kamer blijft. Daarmee kan hij het kabinet scherp houden. Vicepremier wordt Lodewijk Asscher. Dat is iemand die bekend staat dat hij zijn rug recht houdt. Als kersverse wethouder heeft hij minister Zalm getrotseerd door te verhinderen dat Schiphol geprivatiseerd zou worden – een onzinnig idee overigens. Een heel ander karakter dus dan Mark Rutte, die volgens een voormalig fractiegenoot ‘schokkend weinig ideeën’ heeft en een allemansvriend is die alle windrichtingen uit wappert. Die combinatie kan interessant worden: te verwachten valt dat het kabinet Rutte-Asscher in de praktijk het kabinet Asscher-Rutte zal zijn.

www.libdem.nl

 

 
www.libdem.nl

dinsdag 4 september 2012

Zorgen over de zorg

 
Veel kiezers maken zich zorgen over de zorg: zowel over de betaalbaarheid als over de kwaliteit. Dat is terecht. Politici en ambtenaren dreigen met forse ingrepen in de zorg omdat deze anders onbetaalbaar zou worden en dat boezemt angst in. Is deze dreiging terecht? Niet helemaal. Ten eerste omdat de stijging van de zorgkosten minder dramatisch is dan wordt voorgesteld. Ten tweede omdat een ander beleid mogelijk is die met meer vrijheid tot minder kosten leidt. Daarom eerst een relativering en dan een voorstel voor ander beleid.

Aandeel zorg in nationaal product

Het aandeel van de zorg in het bruto nationaal product is de loop der tijd gestegen. Grafiek 1 laat het aandeel van de zorg in het bruto binnenlands product zien voor Nederland, België, Duitsland, het VK en de VS. Het betreft de bijdrage van de toegevoegde waarde in de zorg in de totale economie. In alle genoemde landen is het aandeel van de zorg sinds 1972 significant gestegen; in de VS is de stijging het grootst.
 

De stijging kan door een aantal factoren verklaard worden. In de eerste plaats is er het zogenoemde Baumol-effect: doordat de productiviteit in de dienstensector minder snel stijgt dan in de goederensector, neemt de relatieve prijs van de diensten toe. Daarnaast heeft een grotere individuele vraag aan deze stijging bijgedragen, speelt de vergrijzing een rol en is er een toename van mogelijkheden om zorg te verlenen met nieuwe technologieën. Tenslotte is de welvaart gestegen, waardoor mensen zich kunnen permitteren om meer aan zorg uit te geven.

Het is dus logisch dat het aandeel van de zorg in het BNP toeneemt. In Nederland is het aandeel van de zorg in het bruto binnenlands product (BBP) op dit moment 12%. Er zijn ook andere uitgavencategorieën waarvan het aandeel gestegen is. Zo gaf de consument in 1992 13,7% van zijn inkomen uit aan verkeer en vervoer; in 2006 was dat gestegen tot 17,1 %. Ook hier een stijging; toch maakt niemand daar een probleem van.

 


 
Dat neemt niet weg dat er alle reden voor is om de zorg zo effectief mogelijk te verlenen, zodat tegen zo laag mogelijke kosten de optimale zorg kan worden verleend. Wat dat betreft is er een duidelijke verbetering mogelijk. Opvallend is dat de zorgkosten het hardst gestegen zijn sinds 2006 toen in Nederland een nieuw zorgstelsel werd ingevoerd. In 2006 bedroeg het aandeel van de zorg nog 9,7% van het BBP; in 2010 was dit gestegen tot 12,0%. Een stijging van 2,3 %-punt in vier jaar tijd! In geen van de andere Europese landen uit grafiek 1 is het aandeel van de zorg in zo korte tijd zo sterk gestegen. Men kan zich dan ook afvragen of het nieuwe stelsel zo goed doordacht is.


Zorgstelsel

Het nieuwe zorgstelsel dat in 2006 is ingevoerd had één groot voordeel: het onderscheid tussen ziekenfonds verzekerden en particulier verzekerden is komen te vervallen. Verder was het stelsel gebaseerd op marktwerking. Hierbij is evenwel niet zorg gedragen dat er daadwerkelijk voldoende marktwerking is. Door fusies van zorgaanbieders en zorgverzekeraars is er vaak sprake van regionale monopolies, waardoor de keuzevrijheid - essentieel element van marktwerking - de facto afwezig is. De vraag dient dan ook gesteld te worden of het stelsel wel goed doordacht is. Daarbij is er een ingewikkeld stelsel van declaraties bedacht – de zogenoemde DBC’s – waardoor de feitelijke kosten voor de patiënt ondoorzichtig waren.

In de ogen van LibDem kent het zorgstelsel twee grote fouten. Ten eerste de gedachte dat verzekeraars zorg moeten inkopen en ten tweede het huidige eigen risico.

In het nieuwe zorgstelsel worden verzekeraars geacht zorg in te kopen en zodoende op de kosten te letten. Qua prijs is dat goed gelukt: de prijsstijgingen zijn in de zorg beperkt gebleven. Probleem is evenwel het volume: het aantal verrichtingen is toegenomen. Inherent aan het stelsel is dat verzekeraars kunnen bepalen welke zorg waar ingekocht wordt. Ook kunnen in individuele gevallen therapieën goed- of afkeuren, waarmee zij een bepalende rol hebben in de zorgverlening. Dat gaat ten koste van de kwaliteit, omdat zij onvoldoende kennis hebben voor een afgewogen oordeel.

De tweede fout betreft het eigen risico. Iedere verzekerde heeft een verplicht eigen risico; in 2013 zal dit minimaal € 350 bedragen. Dat eigen risico heeft twee nadelen: zolang het nog niet bereikt is, betaalt de patiënt alles zelf; boven het eigen risico betaalt hij niets. Het gevolg is dat je zuinig bent om de eerste € 350 per jaar aan zorg uit te geven. Dat kan betekenen dat patiënten ten onrechte afzien van een noodzakelijke therapie. Maar als het eigen risico door omstandigheden overschreden is, betaalt de patiënt helemaal niets meer. Je kunt dan het beste zo veel mogelijk zorg consumeren die je toch ooit nodig zou moeten hebben, zoals nog een extra controle bij de oogarts, e.d.


Beleid

LibDem vindt dat deze fouten in het zorgstelsel hersteld moeten worden. In de eerste plaats moet de rol van de verzekeraars weer beperkt worden tot verzekeren. De verzekeraars moeten de kosten vergoeden – en daar kritisch op toezien – maar niet “inkopen” dan wel de therapie bepalen. De patiënt moet in overleg met de (huis)arts de vrijheid hebben de therapie en de zorgaanbieder te kiezen die hem aangeraden wordt. Dat komt de kwaliteit van de zorg ten goede. De regie moet weer bij arts en patiënt komen.

In de tweede plaats moet het eigen risico zoals dat nu bestaat veranderd worden in een proportionele eigen bijdrage. De patiënt betaalt bijvoorbeeld 10% van de zorgkosten tot een maximum van – bijvoorbeeld - € 3.000. Op jaarbasis betaalt hij dan wel maximaal € 300, maar hij heeft een veel lagere drempel in het begin omdat hij slechts 10% van de gemaakte kosten betaalt. Anderzijds is het effect van de eigen bijdrage veel groter, omdat het doorwerkt tot een jaarconsumptie van € 3.000. Inherent hieraan moet zijn dat de patiënt inzage krijgt in de kosten die gemaakt worden en dat hem gewezen wordt op eventueel goedkopere alternatieven. Hier ligt een taak voor zowel de huisarts als de verzekeraar. De patiënt heeft evenwel zelf belang bij het beperken van de zorgconsumptie tot het hoogst noodzakelijke en tot het zoeken naar goedkopere alternatieven.

Deze twee wijzigingen zullen de vrijheid om van de zorg gebruik te maken vergroten, maar zullen ook tot een kostenreductie leiden omdat de patiënt daar direct belang bij heeft. Er is alle reden om de kosten van de zorg zo veel mogelijk te beperken. Er is evenwel geen reden de stijging van de zorgconsumptie te dramatiseren en "harde ingrepen" te doen die ten koste gaan van gezondheid en daarmee van welzijn en welvaart.