Posts tonen met het label Rutte II. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Rutte II. Alle posts tonen

woensdag 9 februari 2022

Rutte IV, tegenovergestelde van Rutte II

Het kabinet Rutte IV is nu vier weken bezig. Enkele bewindslieden hebben al laten zien waar zij voor staan, van andere valt dit nog te bezien en sommige, zoals de minister van Justitie, zijn direct al door de mand gevallen. In sommige opzichten lijkt het kabinet Rutte IV het tegenovergestelde van Rutte II. Ik heb het dan niet over de langste formatie ooit (2021) tegenover een korte - en veel te snelle - formatie in 2012. Maar vooral over het voorgenomen beleid. Uit het coalitieakkoord ‘Omzien naar elkaar, vooruitzien naar de toekomst’ blijkt dat dit kabinet van plan is een aantal fouten van Rutte II ongedaan te maken.

Dat geldt in de eerste plaats voor het begrotingsbeleid. Rutte II voerde drastische bezuinigingen door. De verzorgingsstaat werd daarbij grotendeels ontmanteld. Het kabinet was van mening dat dit goed zou zijn voor de economie, ondanks de waarschuwingen van veel economen dat je niet in een recessie op de rem moest trappen. LibDem was destijds de enige politieke partij die zich tegen dit desastreuze beleid uitsprak. De rest slikte het als zoete koek. Het kabinet Rutte IV doet precies het omgekeerde van Rutte II: er wordt nu gesmeten met geld. En dat terwijl de economie oververhit raakt, de arbeidsmarkt gespannen is en de inflatie aantrekt. In beide gevallen een procyclisch beleid; in beide gevallen even slecht voor de economie.

Met het diametraal andere begrotingsbeleid van Rutte IV worden een aantal maatregelen uit Rutte II teruggedraaid. Zo wordt de volstrekt onzinnige verhuurdersheffing van Rutte II binnenkort afgeschaft. De verhuurdersheffing is een belasting op sociale woningverhuur die sinds 2013 geheven werd. Als gevolg van de verhuurdersheffing moesten woningbouwcorporaties jaarlijks zo’n 1,7 mrd ophoesten. Daardoor hielden zij minder geld over om te investeren in nieuwbouw. Uit onderzoek blijkt dat zonder de verhuurdersheffing de corporaties tussen 2013 en 2023 zo’n 93.500 extra woningen hadden kunnen bouwen. De huidige wooncrisis is dus voor een groot deel veroorzaakt door het beleid van Rutte II. Terecht dat de verhuurdersheffing wordt afgeschaft, alleen merkwaardig dat deze maatregel pas in 2023 in gaat.

Een andere maatregel die teruggedraaid wordt is het leenstelsel voor studenten. Rutte II had – met steun van alle middenpartijen in de Kamer - de basisbeurs afgeschaft en het leenstelsel ingevoerd, waarbij studenten voor hun studiekosten bij het Rijk konden lenen en aldus een studieschuld opbouwden. Met name die studieschuld is voor velen bezwaarlijk omdat zij dan na afstuderen niet of minder kunnen lenen om een woning te kopen.

Helaas draait Rutte IV niet alle verkeerde maatregelen van Rutte II terug. Zo heeft Rutte II in 2015 allerlei taken van het Rijk naar de gemeenten overgeheveld onder het motto ‘meer doen met minder geld’. De maatregel ging met forse bezuinigingen gepaard. In de praktijk is gebleken dat het ‘minder doen met meer geld’ is, waardoor veel gemeenten nu met aanzienlijke tekorten op de begroting te kampen hebben en met name de Jeugdzorg geheel ontregeld is. Tevoren was duidelijk dat dit een verkeerd beleid was dat veel schade zou opleveren. LibDem heeft dat destijds herhaaldelijk betoogd en helaas zijn die voorspellingen uitgekomen. Daarover meer in een volgende blog.

 

Sammy van Tuyll

www.libdem.nl

dinsdag 14 maart 2017

Afstrepen

Vanaf het moment dat LibDem besloot om vanwege het gebrek aan inhoudelijk debat niet mee te doen aan de verkiezingen, kregen wij van vele kanten de vraag om een stemadvies uit te brengen. Dat is geen makkelijke opgave: er is geen partij die een werkbare oplossing biedt voor de problemen waar Nederland nu mee te maken heeft: de tweedeling op de arbeidsmarkt, de zorg, het milieu, Europa om er maar enkele te noemen. Zelfs niet op één van deze terreinen. Sommige partijen hebben voor de zorg wel allerlei plannen, maar deze zijn vaak niet consistent en verschuiven de problemen alleen maar. Hetzelfde geldt voor een onderwerp als de arbeidsmarkt.

Er is dus geen partij waar wij uit volle overtuiging op kunnen stemmen. Het gaat er dan om de minst slechte partij te kiezen. Dat is een kwestie van afstrepen dus. Wij zullen dan ook geen eenduidig stemadvies geven, maar slechts enkele overwegingen met betrekking tot de op dit moment grootste partijen in de peilingen..

Vooraf nog twee opmerking:  over de afgelopen kabinetsperiode en over de rechtsstaat.

Het kabinet en veel media doen alsof het een geweldige prestatie zou zijn dat Rutte II de economie weer op orde heeft gebracht en dat zij de rit hebben uitgezeten. Hierbij vallen kanttekeningen te plaatsen. Ten eerste is de economie weer op gang gekomen doordat de wereldhandel aantrekt. Het kabinetsbeleid om zo onverantwoord veel te bezuinigen heeft de economie eerder schade berokkend dan goed gedaan. Zie hiervoor o.a. de analyse van de ING: Leidt snoei tot groei? Het kabinet Rutte II heeft een pro-cyclisch beleid gevoerd – hetgeen economisch onverstandig is – waardoor eerst veel wegbezuinigd is, waar nu weer in ‘geinvesteerd’ moet worden. Denk aan de verpleeghuizen. Denk aan defensie. Los van de onrust die dat voor betrokkenen heeft veroorzaakt is dit economisch inefficient. Ten tweede is het feit dat het kabinet de rit heeft uitgezeten eerder te danken aan de slechte peilingen van de coalitiepartners dan aan een duidelijke gemeenschappelijke visie en een overtuigend beleid. Geen van de coalitiepartners had, gelet op de peilingen, belang bij een breuk. Zij waren dus wel tot elkaar veroordeeld.

Het bezuinigingsbeleid van Rutte II heeft verder een aantal desastreuze maatregelen met zich gebracht. Zoals de decentralisatie van de Rijkstaken op het gebied van o.a. langdurige zorg, jeugdzorg en arbeidsmarktbeleid naar de gemeenten. Het valt te verwachten dat dit over enkele jaren weer teruggedraaid zal worden, zodat het per saldo veel onrust en ook geld zal hebben gekost. Denk ook aan de ellende met de pgb’s: nog steeds is de SVB niet in staat facturen aan zorgverleners tijdig en behoorlijk – d.w.z. het juiste bedrag -  uit te betalen.

Dan over de rechtsstaat. De Commissie ‘Rechtsstatelijkheid in verkiezingsprogramma’ van d Nederlandse Orde van Advocaten heeft een rapport uitgebracht waarbij de verkiezingsprogramma’s getoetst worden aan de gevolgen voor de rechtsstaat. Zij hebben die met een groene, oranje en rode kleur beoordeeld. Het laatste houdt in dat het betreffende verkiezingsprogramma plannen bevat die regelrecht in strijd zijn met de rechtsstaat. Van de getoetste politieke partijen heeft de PVV zes keer rood gekregen, VNL vier, de SGP en VVD ieder twee en het CDA één.

Uit het bovenstaande volgt dat het verstandig is niet op één van de coalitiepartners – VVD en PvdA – te stemmen. De kiezer kan daarmee een duidelijk signaal geven dat het kabinetsbeleid van de afgelopen jaren wordt afgekeurd. Voor de VVD geldt daarbij in het bijzonder nog de chaos die zij op het departement van Veiligheid en Justitie hebben achtergelaten – het samenvoegen van politie en justitie staat haaks op de noodzakelijke checks and balances waar wij als liberalen zo veel belang aan hechten. Bezwaar tegen de VVD zijn verder de plannen om de uitkeringen voor de bijstandsgerechtigden te verlagen en voor het invoeren van een kiesdrempel, hetgeen ten koste gaat van de democratie. Aan de PvdA kan het ineffectieve arbeidsmarktbeleid van vice-premier Asscher (Wet Werk en Zekerheid) verweten worden alsook de chaos met de pgb’s.

Over de grootste oppositiepartij – de PVV – met een verkiezingsprogramma van één A4 - hoeven wij niet veel te zeggen.

D66 zegt parmantig ‘verantwoordelijkheid te hebben genomen’, door deel te nemen aan de zgn. ‘constructieve oppositie’. Maar eigenlijk heeft D66 juist geen verantwoordelijkheid genomen doordat zij geen echte oppositie hebben gevoerd. D66 heeft daarmee het kabinetsbeleid ondersteund, hetgeen een contra-indicatie is om op D66 te stemmen. D66 heeft weliswaar in haar verkiezingsprogramma een aantal ideeën van LibDem overgenomen die de democratie in Europa versterken, in Nederland stelt zij maatregelen voor die minder gelukkig zijn. Zo wil D66 de Eerste Kamer afschaffen en een bindend correctief referendum invoeren. Dit zij weer  typisch half doordachte ‘leuke ideetjes’ van D66. Als zij tot uitvoering zouden komen, zal dat zeker ten koste van de democratie en de bestuurbaarheid van het land gaan.

Het CDA heeft zich wel als echte oppositiepartij opgesteld en daarmee haar verantwoordelijkheid als politieke partij genomen. Het CDA wil evenwel ten dele een districtenstelsel invoeren, alsmede een kiesdrempel. Beide maatregelen tasten de democratie aan.

GroenLinks heeft van de deelnemende partijen de meest ambitieuze milieuplannen. Voor een deel lijkt dat op de plannen van LibDem, nl het invoeren van een algemene heffing op de uitstoot van CO2. Alleen doet GroenLinks het niet in Europees verband, waardoor de maatregel ineffectief zal zijn. GroenLinks laat hierbij na om een Border Carbon Adjustment mechanisme in te voeren; daardoor wordt de concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven  aangetast. Verder wil GroenLinks nog een aantal extra belastingen invoeren alsook rekeningrijden. Dit zijn overbodige maatregelen.

Dit zijn een aantal overwegingen om wel of niet op een partij te stemmen. Zoals gezegd, is er geen enkele partij die consistente oplossingen biedt voor de problemen waar wij nu mee te maken hebben. Het is daarom niet makkelijk om een keus te maken, en deze is niet overtuigend. LibDem ondersteunt daarom de oproep van Bewust Zwevende Kiezer, nl. om op kandidaat nummer 20 van de gekozen lijst te stemmen. Twintig staat symbool voor twijfel. Als genoeg kiezers op een kandidaat nummer 20 stemmen, wordt daarmee kenbaar gemaakt dat de stemmen met de nodige twijfel zijn uitgebracht. Daarmee kan een signaal worden gegeven.



Sammy van Tuyll