Posts tonen met het label sociale zekerheid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label sociale zekerheid. Alle posts tonen

maandag 16 maart 2015

Decentralisatie ondoordacht: de kiezer aan het woord?

Langzamerhand beginnen de gevolgen door te dringen van de decentralisatie van verschillende taken op het gebied van zorg en sociale zekerheid naar de gemeentes. Duidelijk is dat er grote verschillen zijn tussen de wijze waarop de gemeente hun nieuwe taken invullen en ook dat de budgettaire gevolgen voor de gemeentes zeer verschillend zijn. Dat is een logische consequentie van de decentralisaties. Ook begint duidelijk te worden dat sommige vormen van hulp in bepaalde gemeentes niet meer verstrekt gaan worden. Waar mensen eerst te maken hadden met eensluidende criteria (landelijk), pakt dat door de decentralisatie in een aantal gemeentes heel anders uit. De decentralisaties zijn niet goed doordacht, zij zijn schadelijk voor de economie en zullen tot hoge maatschappelijke kosten leiden. Daar is nooit een goed politiek debat over gevoerd en de kiezer heeft zich daar niet over kunnen uitspreken. Nu, met de Provinciale Staten verkiezingen op 18 maart – in zekere zin - wel.

Al ruim een tiental jaar hevelt het Rijk allerlei taken naar de gemeentes over onder het motto van bezuinigingen, waarbij – ten onrechte – gesteld wordt dat uitvoering door de gemeente efficiënter zou zijn. Dat begon met de Wet Werk en Bijstand (WWB) in 2004, toen de gemeentes met de bijstand werden opgezadeld. Per 1 januari 2015 zijn daar drie majeure decentralisaties bij gekomen en heeft de gemeente nieuwe taken gekregen op het gebied van Jeugdzorg, langdurige zorg en hulp bij het vinden van werk.

Deze decentralisaties zijn doorgedrukt om bij het Rijk bezuinigingen door te voeren. De taken zijn naar de gemeentes overgeheveld – of liever gezegd: over de schutting gegooid. Op het totale budget dat de gemeentes hiervoor krijgen, is fors gekort onder het motto dat de gemeentes ‘dichter bij de burger’ zouden staan en de taken dus efficiënter zouden kunnen uitvoeren. Deze decentralisaties zijn conceptueel niet goed doordacht. Er zijn drie basisproblemen: zij zijn economisch inefficiënt, zij leiden tot ongelijkheid tussen gemeentes en zij gaan ten kosten van de rechtszekerheid en de democratische controle.

Dat de decentralisaties economisch inefficiënt zijn moge duidelijk zijn: de 393 Nederlandse gemeentes moeten ieder hun eigen beleid ontwikkelen, waarbij ambtenaren ieder voor zich opnieuw het wiel moeten uitvinden. Het is veel efficiënter als dit beleid centraal door het Rijk wordt bepaald,. , waarbij een uniform, landelijk beleid uiteraard  zo ‘dicht bij de burger’ kan worden uitgevoerd door decentrale vestigingen van het Rijk. Het is een misvatting dat ‘dicht bij de burger’ en maatwerk per se inhouden dat de uitvoering door de gemeente moet worden gedaan. De decentralisatie is economisch inefficiënt en leidt tot hogere kosten, die uiteindelijk door de belastingbetaler gedragen moeten worden.

Als iedere gemeente zijn eigen beleid moet voeren, leidt dat uiteraard tot ongelijkheid tussen gemeentes. De ene gemeente zal bepaalde kosten vergoeden die bij de andere geweigerd worden, hetgeen onder meer zal afhangen van de financiële positie van de gemeente, het beroep dat op de zorg wordt gedaan en de toevallige voorkeuren van de behandelend ambtenaar dan wel de verantwoordelijke wethouder. Dat is een kennelijk bedoeld effect van de decentralisatie. Maar is dat wenselijk? De zorgkosten worden uiteindelijk gefinancierd door belastingen die het Rijk heft. Wij betalen allen dezelfde belasting, maar krijgen er een ander product voor terug, afhankelijk van de gemeente waarin wij wonen. Daarbij komt dat gemeentes die door hoge zorgkosten en andere kosten weinig middelen hebben, minder aantrekkelijk zijn als woonplaats; wie de keus heeft zal daar niet gaan wonen. Dat verzwakt op termijn de financiële draagkracht van de betreffende gemeente die zo nog meer in de kosten moet snijden. Tenslotte wordt deze ongelijkheid ten onrechte verward met maatwerk. Maatwerk houdt in dat je maatregelen neemt die toegesneden zijn op het specifieke geval. Maar maatwerk hoeft niet in te houden dat gelijke gevallen ongelijk behandeld worden, integendeel.

Door onzekerheid of kosten vergoed gaan worden, tast de decentralisatie de rechtszekerheid aan. Burgers weten niet meer waar zij aan toe zijn. Ten onrechte wordt daarbij gesteld dat het democratischer zou zijn omdat het beleid door de gemeente bepaald wordt en zo ‘dicht bij de burger’ wordt gecontroleerd. Je moet er toch niet aan denken dat bij gemeentelijke verkiezingen straks een rol gaat spelen dat mevrouw A een traplift heeft gekregen ten koste van de huishoudelijke hulp van meneer B.  Die discussie krijg je als je het beleid en de democratische controle daarop ‘dicht bij de burger’ wilt brengen.

De basisgedachte achter de hele operatie is geweest dat de Rijksoverheid niet goed (op afstand) kan managen, waardoor onnodige kosten worden gemaakt. Dat moge waar zijn, maar dan moet het probleem als zodanig worden aangepakt. Zet goede managers op de taken die het Rijk moet uitvoeren. Dat doet denken aan een andere operatie om dezelfde reden: de verzelfstandiging van de NS. Ook hierin moest ‘marktwerking’ worden geïntroduceerd omdat de NS als staatsbedrijf niet goed werd gemanaged. Ook dat was niet goed conceptueel doordacht. De gevolgen ervan hebben wij inmiddels ervaren en men denkt er aan dit terug te draaien. De onderhavige decentralisatie is net zo ondoordacht, met veel grotere maatschappelijke gevolgen.

Veel mensen in het land voelen dat het beleid niet goed doordacht is en desastreuze gevolgen zal hebben. Het merkwaardige is dat het toch doorgedrukt is, ondanks grote weerstand. Probleem is dat de politiek nooit ten principale een discussie over de decentralisaties heeft gevoerd. De decentralisatie wordt doorgevoerd als onderdeel van een vermeende bezuiniging. Een dergelijk beleid wordt al ruim een decennium gevoerd en bijna alle politieke partijen in de Tweede Kamer hebben zich eraan gecommitteerd. De kiezer heeft tot nu toe weinig keus voor een verstandiger beleid. Het gebrek aan discussie hierover tast in feite het vertrouwen in de democratie aan. Op 18 maart a.s. heeft de kiezer in ieder geval een kans om zich indirect hierover uit te spreken. In veel provincies doen regionale partijen mee, die zich ten behoeve van de Eerste Kamerverkiezingen in mei verenigd hebben in de Onafhankelijke Senaatsfractie (OSF). Stemmen op deze niet-Haagse partijen kan als een signaal worden gezien dat de kiezer zich niet in dit beleid van ondoordachte decentralisaties kan vinden.

Sammy van Tuyll, 16 maart 2015

zondag 10 november 2013

Participatiesamenleving is niet liberaal

Deze regering heeft het begrip participatiesamenleving omarmd als ideologische dekmantel voor bezuinigingen. Een participatiesamenleving is een samenleving waarin iedereen die dat kan verantwoordelijkheid neemt voor zijn of haar eigen leven en omgeving, zonder hulp van de (landelijke) overheid. Zo gedefinieerd lijkt er niets op tegen te zijn: prima als mensen eigen verantwoordelijkheid nemen.

Probleem is echter dat het begrip gehanteerd wordt om de “terugtredende overheid” - lees: bezuinigingen - te rechtvaardigen. En dan gaat het met name om taken op het gebied van sociale zekerheid en zorg die om allerlei redenen beter door de overheid vervuld kunnen worden. Het kabinet vindt dat mensen meer een beroep doen op mantelzorg, op elkaar, moeten doen en pas aankloppen bij de overheid als dat geen resultaat oplevert. En daar ligt het probleem. Deze participatiemaatschappij beknot de vrijheid, leidt tot bedilzucht, bevordert ongelijkheid en willekeur en is economisch inefficiënt. Genoeg redenen om er tegen te zijn.

De verplichting een beroep op anderen te doen beknot de vrijheid van zowel degene die de hulp aanbiedt als van die die er om vraagt. Het is prima om af en toe vrijwillig boodschappen voor de buurman te doen. Als het uitkomt. Maar soms komt het niet uit en moeten de boodschappen wel gedaan worden. En dan is de verplichte mantelzorg voor beide partijen belastend. Vandaar dat een systeem waarbij de overheid zorgt dat mensen die hulp behoeven die ook krijgen voor alle partijen de meeste vrijheid biedt. Bedacht zij dat het niet alleen gaat om het doen van boodschappen, maar ook andere vormen van verzorging, waaronder persoonlijke verzorging. Ook daar kan het zeer belastend zijn steeds een beroep op familie of buren te moeten doen.

In de plannen van het kabinet komt in de toekomst een (gemeente)ambtenaar in een gesprek ‘aan de keukentafel’ beoordelen of iemand voor hulp van de overheid in aanmerking komt. Het gaat daarbij niet alleen om de vraag of iemand wel zelf boodschappen kan doen, maar ook of hij geen familie of buren heeft, die hem daarmee kunnen helpen. Heeft hij wel voldoende een beroep op potentiële mantelzorgers gedaan? Kan zijn dochter hem niet komen helpen? of de buurman? Dit zal tot een hoge mate van bedilzucht leiden. Er zal op zijn minst morele druk op de betrokkenen worden uitgeoefend.

En dan de ongelijkheid. Een kenmerk van de rechtstaat is dat gelijke gevallen gelijk worden behandeld. In de “participatiemaatschappij” zoals het kabinet die voor ogen heeft, kan dat niet meer. De uitvoering van de resterende zorgtaak van de overheid wordt immers aan de gemeenten opgedragen en iedere gemeente zal haar eigen beleid voeren. En ieder geval is natuurlijk uniek, zodat er binnen één gemeente weinig vergelijkbare gevallen zullen zijn. Ongelijkheid en willekeur zullen het gevolg zijn.

De hele operatie is in gang gezet omdat het uiteindelijk economisch efficiënter zou zijn: de overheid hoeft geen belasting te heffen als burgers de werkzaamheden zelf buiten de overheid om verrichten. Maar is deze oplossing nu economisch efficiënter? Vroeger bleven mensen vaak in dezelfde plaats wonen, vaak vlak bij hun ouders. In dat geval kon je makkelijk je ouders verzorgen als die hulpbehoevend waren. Nu is dat anders. Mensen wonen doorgaans verder van hun familie vandaan. Dat wordt ook gestimuleerd en het past bij een economie waarin men niet meer zijn hele leven bij één werkgever werkt. Maar kan van iemand die in Amersfoort woont verwacht worden dat hij dagelijks naar Utrecht reist om zijn vader te verzorgen? Dat kost zowel tijd als geld. Het is economisch veel efficiënter om dan maar iets meer belasting te betalen, waardoor de overheid kan zorgen dat iemand in Utrecht boodschappen doet, liefst voor een aantal mensen tegelijk. Uiteindelijk zal de “participatiemaatschappij” niet alleen ten koste gaan van het welzijn, maar ook van de welvaart: de Nederlandse economie wordt minder efficiënt. Is dat wat het kabinet beoogt?

De “participatiemaatschappij” staat dan ook op gespannen voet met een andere doelstelling van het kabinetsbeleid, namelijk om de arbeidsmarkt te flexibiliseren. Je kunt niet aan de ene kant verwachten dat mensen verhuizen om elders werk te vinden en aan de andere kant dat zij mantelzorg bieden aan familieleden. Deze inconsistentie is tekenend voor de wijze waarop de huidige Haagse politiek werkt: geen doordachte visie op hoe de samenleving en de economie in de 21e het best kan functioneren.

De “participatiemaatschappij” zoals het kabinet die voor ogen heeft, leidt dus tot minder vrijheid, tot betutteling, tot ongelijkheid en willekeur en is economisch inefficiënt. Zij staat haaks op de idealen van het liberalisme. Zij staat zeker haaks op de visie van LibDem: een maatschappij waarin het individu zo veel mogelijk vrijheid geniet.




maandag 10 september 2012

Partij voor zzp’ers

Nederland kent veel zzp’ers en flexwerkers. Deze hebben de klappen van de kredietcrisis opgevangen, waardoor de werkloosheid in Nederland – althans volgens de officiële statistieken – relatief laag is gebleven. Veel van deze zzp’ers en flexwerkers hebben onder de huidige omstandigheden moeite met het vinden van opdrachten en werk en komen in financiële problemen. Zij vallen tot nu toe buiten veel sociale zekerheid voorzieningen, zoals een arbeidsongeschiktheidsverzekering, en kunnen zich vaak alleen met veel moeite en tegen hoge kosten verzekeren, waardoor velen onverzekerd zijn. Dat moet anders.

LibDem wil daarom dat voor zzp’ers voorzieningen worden getroffen waardoor zij sociale zekerheid kunnen krijgen tegen analoge condities als werknemers. Er is geen reden zzp’ers systematisch anders te behandelen dan werknemers in vaste dienst!

Er is een andere reden waarom LibDem voor zzp’ers een aantrekkelijke partij is. Alle andere politieke partijen willen in de periode 2013-2017 fors op de begroting van de overheid bezuinigen. Dat heeft gevolgen voor de binnenlandse bestedingen en voor de werkgelegenheid. Met name zzp’ers zullen dat direct merken. Zij zijn immers de eersten die minder opdrachten krijgen als de binnenlandse economie stagneert.

LibDem vindt dat er op dit moment niet bezuinigd moet worden. Dat is uit economisch oogpunt niet verstandig. De politici zijn in feite bezig de vorige crisis te bestrijden, die van de jaren ’80 van de vorige eeuw. De economische situatie is nu een geheel andere dan in de jaren ’80, toen bezuinigingen wel zin hadden. Toen had Nederland een tekort op de betalingsbalans; nu is sprake van een fors overschot dat door de bezuinigingen nog verder zal oplopen. In de jaren ’80 was de rente hoog; nu is deze uitzonderlijk laag. Dat betekent dat de rentelasten op de staatsschuld op dit moment historisch gezien gering zijn.

Op dit moment is het dus niet verstandig om te bezuinigen. De berekeningen van het Centraal Planbureau laten zien wat de gevolgen zijn: bij alle partijen die fors bezuinigen lopen de binnenlandse bestedingen terug. Als gevolg daarvan stijgt de werkloosheid met 100.000 personen. Hierin is niet eens meegeteld het aantal zzp’ers dat niet of nauwelijks werk kan vinden. Het bezuinigingsbeleid heeft dus desastreuze gevolgen voor de werkgelegenheid en met name voor de zzp’ers.

Is het bezuinigingsbeleid dan goed voor de overheidsfinanciën? Nee, zelfs dat niet. Bij de VVD, bijvoorbeeld, stijgt de nominale staatsschuld wel minder snel. Maar de staatsschuldquote – de staatsschuld uitgedrukt in percentage van het binnenlands product – stijgt bij de VVD! Dit komt doordat het binnenlands product als gevolg van alle maatregelen een stuk lager uit komt. Daarmee wordt het draagvlak voor het financieren van de staatsschuld ook lager. Met andere woorden: het beleid heeft niet eens het beoogde effect: het duurzaam gezond maken van de overheidsfinanciën.

Veel economen vinden het voorgenomen bezuinigingbeleid dan ook onverstandig. Het is alleen merkwaardig dat hier geen discussie over wordt gevoerd en dat iedereen – ten onrechte – gefixeerd is op de staatsschuld en de bezuinigingen. Voormalig VVD-minister van Financiën Witteveen spreekt in dit verband zelfs van een collectieve psychose.

LibDem doet aan deze collectieve psychose niet mee en wil eerst de economie op gang krijgen en dan pas bezuinigen. Dat is beter voor de binnenlandse bestedingen, voor de werkgelegenheid en met name ook voor het mkb en de zzp’ers.

LibDem is dus niet alleen een aantrekkelijke partij voor zzp’ers vanwege de voorgenomen toegang tot de sociale voorzieningen, maar ook vanwege het macro-economisch beleid dat voorrang geeft aan een herstel van de economie en de werkgelegenheid.

Er valt bij deze verkiezingen dus echt iets te kiezen!


dinsdag 7 augustus 2012

Werk en Zekerheid


Vandaag heeft GroenLinks laten weten een nieuwe Wet Werk en Zekerheid te willen, ter vervanging van allerlei bestaande wetten. Volgens GroenLinks zou een dergelijke nieuwe wet goed zijn om iedereen een eerlijke kans op werk te geven. Vermoedelijk haalt het voorstel veel overhoop, zonder tot een daadwerkelijke oplossing te komen. Daar is meer voor nodig: LibDem vindt dat het liberaler en socialer kan.

Werk is belangrijk. Het hebben van werk is meer dan alleen een bron van inkomen: het leidt tot sociale contacten en een actieve deelname aan de samenleving. Het is een taak voor de overheid er voor te zorgen dat iedereen het werk kan vinden dat het beste bij hem of haar past.

In principe is het inkomen dat met werken verdiend kan worden gerelateerd aan de productiviteit van de werknemer. Een modale werknemer moet in staat zijn daarvan rond te kunnen komen. Maar er zullen altijd mensen zijn die - al of niet tijdelijk - minder productief zijn en die daardoor geen werk kunnen vinden waarmee zij voldoende kunnen verdienen om zich staande te houden.

De enige manier om zorg te dragen dat ook personen die minder productief zijn aan het arbeidsproces kunnen deelnemen is door hen een suppletie te geven op het verdiende loon. Wanneer hun productiviteit bijvoorbeeld drie euro per uur is, kan de overheid daar een suppletie van zes euro per gewerkt uur aan toevoegen, zodat het netto loon negen euro per uur bedraagt, dit is ongeveer het huidige minimumloon.

Deze loonkostensuppletie kan gezien worden als een vorm van negatieve inkomstenbelasting, zoals de ‘earned income tax credit’ in de Verenigde Staten; de loonkostensuppletie is echter gerelateerd aan het uurloon en niet aan het jaarinkomen. Wie maar acht uur per week werkt voor 15 euro per uur, krijgt dus geen loonkostensuppletie.

De loonkostensuppletie die LibDem voorstelt is veel algemener dan de huidige regelingen en ook dan wat GroenLinks nu voorstelt. Het betekent dat een school tegen betaalbare kosten een conciërge in dienst kan nemen, die daarmee toch een redelijk inkomen verdient. Het betekent dat een bedrijf iemand in dienst kan nemen die bijvoorbeeld kopieerwerkzaamheden doet of de post rondbrengt. Deze mensen zijn nu zonder werk en krijgen bijstand, waardoor zij buiten het arbeidsproces staan en wat voor de overheid duurder is.

Bij de loonkostensuppletie houdt iedereen zijn vrijheid: werknemers om die baan te zoeken die het best bij ze past en werkgevers om iemand in dienst te nemen die werkzaamheden verricht die voor hun organisatie ook nuttig is. Dat is duidelijk iets anders dan wat GroenLinks voorstelt: zogenoemde ‘harde afspraken’ waarbij werkgevers gedwongen worden een bepaald aantal mensen ‘met grotere afstand tot de arbeidsmarkt’ in dienst te nemen. Dat gaat dus nooit werken.

Vrijheid voor werknemers en werkgevers – met een begeleidende rol van de overheid – is altijd veel beter dan de betutteling en dwang die GroenLinks voorstelt. Dat is niet alleen liberaler en beter voor de economie, het is ook veel socialer.