donderdag 7 juni 2012

Forensenbelasting en vertrouwen in politiek

In het Lenteakkoord hebben de Kunduz-partijen besloten de reiskostenvergoeding voor het woon-werkverkeer te gaan belasten. Een zeer onrechtvaardige maatregel, waar veel bezwaren tegen in te brengen zijn. Velen zullen er fors in koopkracht op achteruitgaan.

Fundamenteler is echter dat de maatregel op geen enkele wijze is te onderbouwen of te rechtvaardigen. Op welke maatschappijvisie is het gebaseerd dat je iemand die van zijn werkgever een vergoeding krijgt om te komen werken, daarover gaat belasten? Hoe verhoudt dit zich met de gewenste flexibilisering van de arbeidsmarkt? Moet iedereen dan maar dicht bij zijn werk gaan wonen? Kan dat? En wat doe je als je zelf in Arnhem werkt en je partner in Den Haag? Een andere baan zoeken? Echtscheiding?

Inmiddels zijn er zo veel protesten verwoord dat vier van de vijf partijen hebben laten weten dat de maatregel na de verkiezingen te willen schrappen. Als dat gebeurt, is het uiteraard mooi dat een onrechtvaardige maatregel verdwijnt.

Ernstiger is evenwel het feit dat de maatregel serieus bedacht is en dat er toe besloten is. Hoe kan het zijn dat vijf fractievoorzitters van partijen die een meerderheid in de Tweede Kamer hebben, ondersteund door hun financieel specialisten, in hun volle verstand – mag je aannemen – een maatregel nemen waarvan iedereen kan aanvoelen dat deze niet deugt? Ook al zou er niet tegen geprotesteerd zijn, iedereen kan toch bedenken dat een dergelijke maatregel iedere logica ontbeert?

De betrokken politici zullen vermoedelijk deze maatregel onder druk van protesten - en in het zicht van verkiezingen - weer intrekken. Dat neemt niet weg dat zij hebben laten zien absurde maatregelen te willen nemen. Dat doen zij een volgende keer dus weer, als er geen verkiezingen zijn om ze tot de orde te roepen. Dat geeft weinig vertrouwen geeft voor de toekomst.

Het feit dat een meerderheid van de politieke partijen in Nederland het in hun hoofd haalt om een zo ondoordachte maatregel te nemen, laat zien dat er nog steeds een diepe kloof is tussen de burger en de politiek.

dinsdag 5 juni 2012

Europese vlucht naar voren

President Van Rompuy heeft een ‘Euro Masterplan’ aangekondigd om verder economische integratie in de eurozone te bevorderen. Premier Rutte heeft geen behoefte aan “structuurdiscussies” of “vlucht in institutionele vergezichten”. Beide hebben ongelijk. Beide standpunten zijn ook een symptoom van dezelfde kwaal: een gebrek aan duidelijke visie van waar Europa naar toe moet en wat in het belang van stabiliteit is.

Europa zit gevangen tussen enerzijds politici die - vaak zonder argumenten – vinden dat Europa veel meer bevoegdheden moet krijgen en anderzijds de kiezers die daar terecht bezwaren tegen hebben en dan maar eurosceptisch worden.

Er zijn op dit moment twee fundamentele weeffouten in de Europese Unie. De eerste betreft het gebrek aan democratie en controle op de macht. De tweede betreft de economie in de monetaire unie en de huidige financiële problemen.

Het eerste probleem is mede het gevolg van de uitbreiding naar 27 lidstaten, die onevenredig veel macht geeft aan de grotere lidstaten. Met name de burgers uit de kleinere lidstaten hebben het gevoel dat zij de grip op de besluitvorming kwijt zijn. Dat gevoel is terecht en ligt ook ten grondslag aan het afwijzen van de Europese Grondwet in 2005. De oplossing hiervoor is een hervorming van de instituties, waarbij de democratische controle op Europese besluitvorming ook op Europees niveau plaats vindt. Het Europees Parlement moet gekozen worden via Europese lijsten, zodat je een Europese socialistische, liberale of conservatieve lijst hebt. Als Nederlander kun je dan op een Duitse, Ierse of Deense lijsttrekker stemmen of op een Nederlander die ook op die lijst staat. Een dergelijke hervorming maakt Europa zichtbaarder en beter controleerbaar.

Het tweede probleem betreft een weeffout in de monetaire unie. Het model dat wij nu hebben is een centraal monetair beleid – gevoerd door de ECB – en een decentraal economisch beleid. Op zich kan dat goed werken en het past ook in het karakter van de Europese Unie: een supranationaal orgaan met soevereine staten als lidstaten. Velen beweren tegenwoordig dat een monetaire unie niet zonder “politieke unie” kan werken, maar als je om argumenten vraagt die dat onderbouwen, blijft het altijd stil.

Het gevaar dreigt nu dat de neiging om de economie vanuit Brussel te willen besturen, doorslaat. Dat heeft vergaande consequenties: moeten wij willen dat Europa bepaalt hoe hoog het minimumloon in Nederland mag zijn? Of hoeveel vakantiedagen wij mogen hebben? Of hoe onze woningmarkt er uit moet zien? Als er nog meer bevoegdheden aan Brussel worden overgedragen zal de afkeer van Europa nog meer toenemen en dreigt het hele project op een fiasco uit te lopen.

De vraag is ook of het nodig is meer bevoegdheden over te dragen. Toen wij in de jaren negentig aan de instelling van de monetaire unie werkten, was de gedachte dat je het economisch beleid in hoofdzaak aan de soevereine lidstaten kon overlaten. Beleidsconcurrentie zou er toe leiden dat verstandig economisch beleid in de ene lidstaat tot navolging in de andere zou leiden. Ook zou de kapitaalmarkt voor de nodige discipline zorgen zodat de overheidsfinanciën niet uit de hand zouden lopen. Naar nu gebleken is, heeft dit niet gewerkt. Daar zijn verschillende redenen voor en er zijn maatregelen te bedenken die deze weeffouten herstellen, zoals bijvoorbeeld Europees toezicht op de banken. Maar om nu een hele “economische unie” of  “politieke unie”op te tuigen, gaat veel te ver. Het miskent de het karakter van Europa en miskent ook de voordelen die bestaan wanneer lidstaten zo veel mogelijk vrijheid hebben hun eigen economisch beleid te voeren. Een duidelijk voorbeeld is Nederland anno 2012: het is economisch niet verstandig om in een recessie zo sterk te bezuinigen als nu door de Kunduz-coalitie onder dwang van Europa wordt gedaan.

Voor een goed functioneren van de monetaire unie moeten een aantal weeffouten hersteld worden, zoals Europees toezicht op banken en een versterking van de disciplinerende werking van de kapitaalmarkt. Zie bijvoorbeeld ‘Red Europa door discipline van de kapitaalmarkt’. Daarmee kan de vergaande bemoeienis van Brussel, waar Mark Rutte inmiddels wel mee heeft ingestemd, achterwege blijven.

http://www.libdem.nl/


woensdag 30 mei 2012

Lenteakkoord

Onder de titel ‘Lenteakkoord: Verantwoordelijkheid nemen in crisistijd’ hebben vijf partijen (VVD, CDA, D66, GroenLinks en de ChristenUnie) maatregelen afgesproken om het begrotingstekort in 2013 onder 3% van het BBP te brengen.

De partijen zeggen verantwoordelijkheid genomen te hebben. Dat is tegenwoordig een modewoord om wat dan ook voor maatregelen of posities in te nemen. Zo beweerde het CDA zijn ‘verantwoordelijkheid te nemen’ door in te stemmen met het gedoogakkoord met de PVV. Terecht zei Arie Slob op 12 mei dat dit gedoogexperiment eigenlijk onverantwoord was.

De vraag dient dus gesteld te worden of het Lenteakkoord wel zo verantwoordelijk is. Dat begint met de veronderstelling dat het noodzakelijk was het tekort onder de 3% te brengen. Rutte beweert dat het niet zo zeer van Brussel moest, maar dat het voor Nederland verstandig beleid is. Uiteraard zijn gezonde overheidsfinanciën van essentieel belang. Maar moet dat wel op zo’n korte termijn en dan ook nog met deze maatregelen?

Iedereen die verstand heeft van economie weet dat in een recessie het tekort oploopt en bij aantrekkende groei weer daalt. Deze zogenaamde automatische stabilisatoren zorgen er voor dat de bestedingen op peil blijven en de groei niet nog verder inzakt. Toen de VVD nog een verstandige minister van Financiën had – Gerrit Zalm – heeft deze daar zelfs zijn begrotingsbeleid op gebaseerd, de zogenaamde Zalmnorm. Het CPB heeft berekend dat zonder extra maatregelen het tekort in 2015 weer naar de 3% zou gaan. We groeien vanzelf dus uit het begrotingstekort. Het zou wellicht verstandiger zijn geweest om – zoals veel economen stellen – niets te doen dan nu allerlei drastische maatregelen te nemen die bovendien ten koste gaan van groei en werkgelegenheid. Zo verantwoordelijk zijn de vijf partijen dus niet.

En dan hebben we het nog niet eens over de aard van de maatregelen gehad! Van de 12,1 mrd aan maatregelen komt 8,5 mrd voor rekening van lastenverzwaringen en slechts 3,5 mrd door netto ombuigingen. De lastenverzwaringen zullen de koopkracht en de vraag van consumenten nog verder verzwakken, hetgeen ten koste van groei en werkgelegenheid zal gaan. Een lagere groei en hogere werkloosheid is even goed de lasten naar de toekomst verschuiven: er groeit immers een generatie jongeren op die moeilijk of geen baan kan vinden. Uit de jaren 1980 is bekend dat het voor een dergelijke ‘verloren generatie’ een jaar of 10 duurt voordat zij de schade weer hebben ingehaald.

Het pakket maatregelen is duidelijk bij elkaar geschraapt en ontbeert iedere visie op hoe de economie moet werken en wat rechtvaardig is. Zo wordt de onbelaste reiskostenvergoeding voor woon-werkverkeer geschrapt. Een dergelijke maatregel staat haaks op de wens de arbeidsmarkt te flexibiliseren, waarbij gestimuleerd wordt een baan buiten de eigen woonplaats aan te nemen. Degenen die in het verleden in goed vertrouwen een andere baan hebben genomen of een ander huis hebben betrokken, zullen zich bekocht voelen.

Een andere onzinnige maatregel is die om werkgevers de eerste zes maanden WW te laten betalen. Dit is met name funest voor kleinere ondernemingen. Een kleine onderneming met vier werknemers die noodgedwongen moet inkrimpen naar, wordt zo met een ongerechtvaardigde kostenstijging geconfronteerd, die mogelijk de hele onderneming in problemen brengt. Bedacht zij dat meer dan 80% van de ondernemingen in Nederland maximaal vijf werknemers telt!

Het lenteakkoord staat vol met andere kennelijk halfdoordachte maatregelen, of althans maatregelen waarvan geen zinnig mens ze zou willen doorvoeren: de halfbakken hervorming van de hypotheekrenteaftrek, die starters ontmoedigt en nog meer onzekerheid tot gevolg heeft, de verhoging van het eigen risico in de zorg, etc.

Het aardige zou zijn als de vijf partijen duidelijk zouden maken welke maatregel zij echt goed vinden en van welke zij afstand zouden willen nemen. Wellicht dat dan hetzelfde gebeurt als soms bij besluitvorming in Brussel: achter gesloten deuren wordt een besluit genomen waar achteraf een aanzienlijk deel van de aanwezigen zegt dat hij helaas overstemd is door de anderen. Laat de vijf partijen dus duidelijk maken welke onzinnige maatregel door wie is genomen, dan kan de kiezer daar op 12 september rekening mee houden.

Voor de economie is het Lenteakkoord in ieder geval nadelig. In economisch opzicht zou het daarom beter Herfstakkoord kunnen heten.



donderdag 15 december 2011

Europese top

De Europese top van 8 en 9 december heeft tot resultaten geleid die door velen gekritiseerd worden, en terecht. Om verschillende redenen kunnen wij niet tevreden zijn met hetgeen de regeringsleiders hebben afgesproken.
  In de eerste plaats leidt het resultaat van de top tot een institutioneel gedrocht: een nieuw verdrag met 26 of minder lidstaten, dat in feite los staat van de Europese Unie. Wat is daarbij de rol van de Commissie en wat van het Hof van Justitie? Moet het Europees Parlement ook zeggenschap krijgen over de besluiten die onder dat nieuwe verdrag worden genomen? En mogen de EP-leden van het VK – en van de andere landen die niet meedoen – dan niet meestemmen? Als de Commissie en het Hof van Justitie wel enige rol in dat nieuwe verdrag kunnen krijgen, kunnen in de toekomst dan een willekeurig aantal lidstaten onderling een nieuw verdrag sluiten die een beroep doen op de capaciteit van deze instellingen?
  Los van deze institutionele bezwaren zijn er ook economische bezwaren. De afgesproken regels zijn te star en men kan zich afvragen of de voorgenomen sancties wel ooit zullen worden opgelegd. Van een bijna automatisme, zoals Premier Rutte in de Kamer zei, is geen sprake. En dat is maar goed ook. Daarvoor hoeven wij alleen maar naar het recente verleden te kijken.
  Als gevolg van de financiële crisis hadden in 2009 13 van de 17 eurolanden een tekort van meer dan 3%; Nederland had toen een tekort van 5,5%, na een overschot van 0,6% in 2008. Zouden onder die omstandigheden sancties worden opgelegd? Vermoedelijk niet, en terecht. In dat geval zou er sprake zijn van een uitzonderingssituatie als gevolg van de recessie. En als het nu slechts 8 van de 17 eurolanden zou betreffen? Volgens de top moeten er dan aan acht landen sancties worden opgelegd. Maar zal de Commissie dat doen? De door Rutte zo gewenste onafhankelijk begrotingscommissaris zal in dat geval ook kijken naar de economische omstandigheden, en tevens naar de politieke steun die hij binnen de Commissie heeft. Er zal veel meer politiek getouwtrek zijn dan nu in de afspraken wordt vastgelegd. En vermoedelijk zal aan kleine lidstaten eerder een sanctie worden opgelegd dan aan grote.
  Het Centraal Planbureau heeft deze week bekend gemaakt dat Nederland zich nu in een recessie bevindt. Het tekort zou hoger worden dan eerder geraamd en het kabinet maakt zich op om nog meer bezuinigingen door te voeren. De enige reden om dat te doen is omdat Nederland nu in Europees verband het “goede voorbeeld” zou moeten geven. Economisch bezien is het niet verstandig om in een neergaande conjunctuur te bezuinigen. Dat werkt alleen maar procyclisch. In 2008/2009 heeft Nederland – evenals vele andere landen - een verstandig beleid gevoerd door de automatische stabilisatoren te laten werken en dat heeft de gevolgen van de crisis gemitigeerd.
  Ook voor Europa is het niet verstandig als landen als Nederland en Duitsland al te hard op de rem trappen. Juist de overschotlanden moeten de economie in Europa op peil houden. Daarmee kunnen de zuidelijke lidstaten makkelijker hun problemen oplossen. Met al te starre en mechanische Europese regels wordt het beleid dat Europa nu juist nodig zou hebben, voorkomen. De strakke begrotingsregels zullen de crisis daardoor alleen maar verergeren en Europa in een diepe recessie duwen. Hoe belangrijk het ook is om een goed economisch beleid te voeren en structureel evenwicht op de begroting na te streven, op dit moment is het verstandiger daar flexibel mee om te gaan. En die flexibiliteit bieden de nieuwe regels ons niet.